Bevoegdheid van de kantonrechter in zaken over dwaling (II)
Rechtbank Roermond
Zoals eerder aangegeven op deze website wordt er door verschillende rechters op een verschillende manier geoordeeld of zij bevoegd zijn om kennis te nemen van een geschil waarbij zowel prognoseproblematiek als huur een rol spelen. Kort geleden heeft de rechtbank Arnhem een uitspraak gedaan die relevant is, omdat de wet daarin op een juiste manier lijkt te zijn toepast. Ik verwijs daarvoor kortheidshalve naar mijn eerdere artikel “Bevoegdheid van de kantonrechter in zaken over dwaling”.
Onlangs heeft de rechtbank Roermond, sector kanton, een vergelijkbare uitspraak gedaan. De casus in deze kwestie is, kort samengevat, als volgt. Een franchisenemer heeft van zijn franchisegever prognoses verstrekt gekregen, die – naar later blijkt – op geen enkel onderzoek zijn gebaseerd. De omzetten blijven fors achter op de prognoses en de franchisenemer dient de exploitatie voortijdig te staken vanwege achterblijvende omzetten. De franchisenemer start een procedure en vordert in rechte bij de kantonrechter (onder meer) vernietiging van de franchiseovereenkomst en de onderhuurovereenkomst, inclusief schadeloosstelling. De franchisegever verweert zich door te stellen dat niet de kantonrechter bevoegd is om kennis te nemen van dit geschil, maar dat de ‘normale’ rechter zich over deze kwestie dient te buigen, omdat het huurelement slechts van ondergeschikt belang is.
De kantonrechter te Roermond is echter van mening dat, omdat er sprake is van een huurelement, de andere vorderingen als het ware worden ‘meegetrokken’ in zijn bevoegdheidscirkel. De kantonrechter is dan ook wel degelijk bevoegd, ondanks het feit dat er ook sprake is van een forse vordering tot schadevergoeding van de zijde van de franchisenemer.
Het voordeel van procederen bij de kantonrechter is dat de griffierechten in beginsel lager zijn dan bij de sector Civiel. Ook kan er over het algemeen laagdrempelig geprocedeerd worden, ook door niet-advocaten, hetgeen in bepaalde gevallen ook prettig kan zijn voor een rechtzoekende. Kortom, de hiervoor genoemde ontwikkeling is gunstig te noemen.
Mr J.H. Kolenbrander – Franchise advocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar kolenbrander@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?
De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...
Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...
Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...
Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?
Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, ...
Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade
Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...
Supermarktfranchise in Nederland en België: een verschil in bescherming
Jeroen Sterk schreef in APLSIA Magazine, het Franstalige Belgische vakmagazine ...





