De beperking van een concurrentiebeding
Rechtbank Almelo, voorzieningenrechter
Een ex-franchisenemer heeft een non-concurrentiebeding in zijn franchiseovereenkomst, die hem verbiedt om tijdens en gedurende twee jaren na de beëindiging van de franchiseovereenkomst een samenwerking aan te gaan met een met de franchisegever concurrerende partij. Kennelijk is de ex-franchisenemer van plan om in loondienst te treden bij een dergelijke concurrerende partij, want hij vraagt aan de rechter dat het de franchisegever wordt verboden om uitvoering te geven aan het non-concurrentiebeding. De rechter bewandelt een zeer formele weg en stelt dat, mede gezien de beëindiging van de franchiseovereenkomst, alleen de ex-franchisenemer (nog) uitvoering kan geven aan het non‑concurrentiebeding. Een verbod opleggen aan de franchisegever is dan ook niet aan de orde, naar de mening van de rechter.
Mr J.H. Kolenbrander – Franchise advocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar kolenbrander@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Omzet en resultaat: het voorzichtigheidsbeginsel
In diverse landen in de wereld is het fenomeen franchising onderhevig aan steeds stringentere regelgeving.
Stilzwijgende verlenging
In heel wat franchiseovereenkomsten staan regelingen die het einde en de eventuele voortzetting van de bestaande franchiseovereenkomst regelen.
Controle en begeleiding
Met enige regelmaat komen in de praktijk situaties voor waarin een franchisenemer
Franchising en agentuur
Franchise-constructies kunnen soms elementen van agentuur bevatten.
Franchiseovereenkomsten en horizontale samenwerking
Franchiseovereenkomsten zijn naar hun aard zogeheten verticaal van aard.
Indirecte prijsbinding
Zoals in de franchisepraktijk genoegzaam bekend is verticale prijsbinding uit den boze.