Indirecte prijsbinding
Zoals in de franchisepraktijk genoegzaam bekend is verticale prijsbinding uit den boze. De franchisegever die een frachisenemer dwingend een verkoopprijs voorschrijft gaat dus over de schreef. Hoe zit dat nu met indirecte prijsbinding, waarbij door indirecte maatregelen en/of sancties prijsbinding eveneens kan ontstaan?
Vormen waarin indirecte prijsbinding tot uiting kan komen zijn onder meer de volgende: een franchisegever kan door middel van een streepjescode bepaalde produkten vooraf van een prijs voorzien, waarbij door middel van het scannen van het produkt afrekening bij de kassa tegen de vooraf vastgestelde prijs geschied. Voorts kan in zijn algemeenheid een dwingende aanbeveling worden gedaan een bepaalde verkoopprijs te hanteren. Hierbij wordt de franchisenemer geacht zelfstandig de verkoopprijs vast te stellen, maar dient zich wel te richten op het prijsbeleid van de franchise-organisatie in kwestie. Een andere vorm van indirecte prijsbinding kan ontstaan door middel van het over de hoofden van de franchisenemers heen rechtstreeks communiceren met de consumenten betreffende de verkoopprijzen in kwestie, bijvoorbeeld door middel van reclame. Indien de praktijk met zich meebrengt dat de franchisenemer alsdan geen keus heeft en de door de franchisegever gecommuniceerde verkoopprijs wel in rekening moet brengen, is langs die weg tevens verticale prijsbinding ontstaan.
Al deze en vergelijkbare vormen van indirecte prijsbinding zijn ontoelaatbaar en verboden. De sancties op absolute prijsbinding kunnen verregaand zijn, zowel van de zijde van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), als voor de samenwerking tussen franchisegever en franchisenemer zelf. Onder omstandigheden kan nietigheid ontstaan van de gewraakte bepaling en zelfs van de gehele franchise-overeenkomst. Franchisegever en franchisenemer doen er dan ook verstandig aan tijdig hun contracten op dit punt tijdig aan te passen indien nodig en in deze in zijn algemeenheid goed overleg te voeren.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?
De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...
Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...
Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...
Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?
Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, ...
Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade
Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...
Supermarktfranchise in Nederland en België: een verschil in bescherming
Jeroen Sterk schreef in APLSIA Magazine, het Franstalige Belgische vakmagazine ...





