De mogelijkheid tot het al dan niet actief werven van klanten buiten
Op grond van de regelgeving daaromtrent is het toegestaan actieve wervingsactiviteiten van de franchisenemer te beperken tot zijn exclusieve gebied. In dat gebied kan de franchisenemer dan in vrijheid adverteren en op enige andere wijze klanten werven. De franchisegever dient alsdan aan het actief werven van klanten binnen het exclusieve gebied aan de franchisenemer geen beperkingen op te leggen. Uiteraard is het mogelijk dat bepaalde advertenties buiten het exclusieve gebied van de desbetreffende franchisenemer terechtkomen, al dan niet via internet.
Uit het bovenstaande vloeit voort dat wanneer een klant, die niet gevestigd is in het exclusieve gebied van de franchisenemer, zich tot deze franchisenemer wendt de franchisenemer vrij is om met deze klant zaken te doen. Een en ander geldt uiteraard ook indien een dergelijk klantencontact tot stand komt via internet dan wel een catalogus. Wel kan het in dat verband aan een franchisenemer verboden worden om actief e-mails te verspreiden buiten zijn exclusieve gebied. Alsdan is er namelijk sprake van zogenaamde actieve werving. Met andere woorden: indien er sprake is van actieve verkoop kunnen de mogelijkheden van een franchisenemer aan banden worden gelegd. Resumerend komt het bovenstaande erop neer dat indien een franchisegever aan zijn franchisenemer een exclusief gebied toekent, de franchisenemer in dat desbetreffende gebied grote vrijheid moet hebben ten aanzien van het werven van klanten; de zogenaamde actieve verkoop. De franchisegever kan slechts beperkingen opleggen indien de verkoopactiviteiten plaatsvinden in het gebied buiten het exclusieve gebied van de desbetreffende franchisenemer. Dikwijls zal een en ander overigens ook reeds voortvloeien uit hoofde van de bescherming van andere franchisenemers die zich in dat aangrenzende gebied bevinden, ieder met zijn eigen exclusieve gebied.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Opheffing non-concurrentiebeding door franchisenemer
Opheffing non-concurrentiebeding door franchisenemer
Einde hoofdhuur betekent geen einde onderhuur met franchisenemer
Het gerechtshof te Den Bosch vernietigde op 7 juli 2015 een vonnis van de rechtbank Limburg over de samenloop van een franchiseovereenkomst en een onderhuurovereenkomst.
Kroniek Jurisprudentie franchiserecht 2014
Kroniek Jurisprudentie franchiserecht 2014
Advocaten Ludwig & Van Dam blikken terug op transitieproces C1000
Advocaten Ludwig & Van Dam blikken terug op transitieproces C1000
Gerechtshof kent beroep op dwaling en onrechtmatig handelen toe bij ondeugdelijke prognose
De franchisenemer vorderde vernietiging van de franchiseovereenkomst wegens dwaling, omdat de franchisegever een ondeugdelijke prognose voorgehouden zou hebben.
Bestuurdersaansprakelijkheid inzake franchising: misleiding of samenwerkingsplan
Bestuurdersaansprakelijkheid inzake franchising: misleiding of samenwerkingsplan