Eerste Kamer zal Wet Franchise aannemen – d.d. 24 juni 2020 – mr. A.W. Dolphijn
De Tweede Kamer had het voorstel tot invoering van de Wet Franchise op 16 juni 2020 met algemene stemmen aangenomen. Daarna is het wetsvoorstel doorgezonden naar de Eerste Kamer, waarbij de Eerste Kamercommissie het wetsvoorstel voorbereid.
De Eerste Kamercommissie heeft op 23 juni 2020 een blanco eindverslag uitgebracht. Een blanco eindverslag betekent dat de commissie die de behandeling schriftelijk voorbereidt geen opmerkingen of vragen heeft over een wetsvoorstel.
Het voorstel wordt op 30 juni 2020 als hamerstuk afgedaan. Een hamerstuk is een wetsvoorstel waarover niemand tijdens een plenaire vergadering het woord wenst te voeren en dat zonder stemming wordt aanvaard. In principe mag er geen debat meer worden gehouden. Bewindslieden worden dan ook niet uitgenodigd de openbare behandeling van wetsvoorstellen die als hamerstuk worden afgedaan, bij te wonen.
Het ziet er naar uit dat de Wet Franchise door de Eerste Kamer zal worden aangenomen en per 1 januari 2021 in werking zal treden. Dit zal van grote betekenis zijn op bestaande en nieuwe franchiseverhoudingen.
Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Maak uw franchiseformule futureproof
Maak uw franchiseformule futureproof
Advocaten Ludwig & Van Dam blikken terug op transitieproces C1000
Advocaten Ludwig & Van Dam blikken terug op transitieproces C1000
Interview mr. A.W. Dolphijn en mr. J. Sterk inzake transitieproces C1000
Interview mr. A.W. Dolphijn en mr. J. Sterk inzake transitieproces C1000
Matiging boete van franchiseovereenkomst bij supermarkt
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde op 22 april 2015 over een geschil tussen een franchisenemer en een franchisegever (Emté Franchise B.V.).
Arbitraal beding van toepassing op franchiseovereenkomst? Misschien toch niet
In franchiseovereenkomsten treft men zo nu en dan een arbitrageclausule aan.
Bestuurdersaansprakelijkheid bij een onjuiste prognose
De rechtbank Rotterdam heeft op 4 februari 2015 een vonnis gewezen over onder meer de vraag of de bestuurder van een verkopende rechtspersoon aansprakelijk was.
