Franchise, faillissement en huur: grenzen aan opzegging door verhuurder
De Rechtbank Den Haag heeft in een recente kortgedinguitspraak van 12 december 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:23939, verduidelijkt dat een verhuurder bij het faillissement van een franchisenemer niet onbeperkt gebruik kan maken van het recht om de huurovereenkomst op te zeggen. Dat recht vindt zijn grens waar de belangen van de boedel en de schuldeisers onevenredig worden geschaad.
In deze zaak was een Vapiano-franchisenemer failliet gegaan. De curator had een doorstart georganiseerd met een nieuwe exploitant, Pavarotti, waarmee een aanzienlijke opbrengst voor de boedel kon worden gerealiseerd, waaronder een substantieel bedrag aan goodwill. De verhuurder zegde desondanks de huurovereenkomst op en koos ervoor om te onderhandelen met een aan de franchisegever gelieerde partij, omdat die bereid was gunstigere huurvoorwaarden te accepteren.
De kantonrechter oordeelde dat deze handelwijze niet toelaatbaar was. Hoewel artikel 39 van de Faillissementswet de verhuurder een opzeggingsbevoegdheid geeft, mag die bevoegdheid niet worden gebruikt op een manier die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. In dit geval was aannemelijk dat een indeplaatsstelling van de nieuwe exploitant in een bodemprocedure zou worden toegewezen, dat deze exploitant voldoende financiële waarborgen bood en dat de opzegging vooral was ingegeven door het commerciële belang van de verhuurder.
De rechter bepaalde daarom dat de opzegging voorlopig geen effect heeft en dat de nieuwe exploitant het restaurant mag blijven exploiteren totdat in een bodemprocedure definitief is beslist.
Deze uitspraak is van belang voor de franchisepraktijk. Zij laat zien dat bij faillissement en doorstart het behoud van waarde, zoals goodwill, zwaar weegt en dat het huurrecht niet kan worden ingezet om een franchise-doorstart te blokkeren uitsluitend om betere voorwaarden af te dwingen
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchisenemer klem door concurrentiebeding? – d.d. 21 oktober 2019 – mr. A.W. Dolphijn
De rechtbank Oost-Brabant heeft beslist dat een franchisenemer bij tussentijdse beëindiging van de franchiseovereenkomst toch gehouden was aan het opgenomen concurrentieverbod.
Supermarktbrief – 26
Supermarktnieuwsbrief nr. 26
Koppeling franchiseovereenkomst en huurovereenkomst onzeker? – d.d. 14 oktober 2019 – mr K. Bastiaans
Het is binnen een franchiserelatie geen uitzondering dat partijen overeenkomen dat de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Beëindiging franchiseovereenkomst bij wijzigingen in gehuurde winkelruimte – 27 september 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Opzegging van een franchiseovereenkomst in het licht van het substantieel wijzigen van de gehuurde winkelruimte.
Artikel De Nationale Franchisegids: “Verdeling van (potentiële) klanten verboden?” – 17 september 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Binnen veel franchiseorganisaties worden afspraken gemaakt over de werving van (potentiële) klanten in een bepaald gebied.
Rayonbescherming geen bescherming tegen beëindiging wegens dringend eigen gebruik – d.d. 17 september 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Kan franchisegever als verhuurder de huurovereenkomst beëindigen wegens dringend eigen gebruik, in de zin van rayonbescherming, terwijl dit op grond van de franchiseovereenkomst uitgesloten zou zijn.




