Franchisegever belemmert procederen – Een onevenwichtig arbitragebeding
In een franchiseovereenkomst is afgesproken dat geschillen beslecht worden door arbitrage, te houden in New York, in de Engelse taal. De rechtbank van Amsterdam achtte die afspraak geldig. In hoger beroep werd daar anders over gedacht. Zie het arrest van het Gerechtshof Amsterdam van 3 juli 2014, ECLI:NL:GHAMS:2014:2270.
Subway International B.V. is gevestigd in Amsterdam en heeft een franchiseovereenkomst gesloten met een franchisenemer te Enschede voor het exploiteren van een broodjeszaak onder de Subway formule. De moedermaatschappij van Subway International B.V. komt uit de Verenigde Staten.
De franchisenemer krijgt een geschil met Subway International B.V. en dagvaardt Subway International B.V. voor de rechtbank te Amsterdam. Subway International B.V. wijst op het arbitragebeding in de toepasselijke algemene voorwaarden. Daar is bepaald dat geschillen worden beslecht naar het recht van Liechtenstein, en dat de procedure in het Engels en in New York, volgens het arbitragereglement van UNCITRAL, gehouden wordt. De rechtbank gaat hierin mee. De franchisenemer gaat in hoger beroep, omdat gemeend wordt dat het beding nietig is nu het onredelijke bezwarend zou zijn voor de franchisenemer.
Als eerste vraagt het hof zich af of het arbitragebeding onder het recht van Liechtenstein beoordeeld moet worden. Die vraag wordt bevestigend beantwoord in een tussenarrest. Zie Gerechtshof Amsterdam 20 augustus 2013, ECLI:NL:GHAMS:2013:2580.
De tweede vraag is of, naar het recht van Liechtenstein, het arbitragebeding ook geldig is. Het recht van Liechtenstein heeft een regel die inhoudt dat een contractuele afspraak ongeldig kan zijn indien er sprake is van “aanzienlijke onevenwichtigheid”tussen de contactspartijen.
Het hof stelt voorop dat de franchisenemer als economisch zwakkere partij gezien moet worden tegenover de franchisegever die een multinational is met wereldwijd meer vestigingen dan Macdonalds. De financiële middelen, de deskundigheid en economische kracht en macht van de franchisegever gaan die van de franchisenemer verre te boven. De franchisenemer zou, ook indien hij zonder juridische bijstand zijn zaak zou bepleiten, naar de Verenigde Staten moeten reizen om zijn zaak te kunnen verdedigen. De mogelijkheid om gehoord te worden door middel van een conference call kan volgens het hof niet gelijk worden gesteld met het ter zitting bepleiten van het standpunt. De kosten van de door de franchisegever voorgeschreven arbitrageprocedure zijn dan ook veel hoger dan de kosten van een (arbitrage)procedure in Nederland. Dat in de Verenigde Staten en in het Engels moet worden geprocedeerd, is dan ook louter in het voordeel van de franchisegever, nu haar moederbedrijf daar gevestigd is.
Het franchisecontract is op dit punt aanzienlijk onevenwichtig en kan daarom niet in stand blijven. In feite werpt de franchisegever een onaanvaardbare belemmering op voor de franchisenemer om te kunnen procederen.
Voor zowel franchisegevers als franchisenemers is het van belang een evenwichtige franchiseovereenkomst aan te gaan. Wordt dat evenwicht aanzienlijk verstoord, dan kan dit ongeldigheid van contractuele afspraken tot gevolg hebben. Goede voorafgaande toetsing van de franchiseovereenkomst is daarom een must.
Mr A.W. Dolphijn – Franchise advocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten,franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Mail naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Artikel in Entree: “Ontslag”
Een werknemer ontslaan die niet goed functioneert? De kantonrechter is streng. Als u als werkgever niet kunt aantonen dat u zelf alles heeft gedaan om de persoon beter te laten functioneren, wordt het
Doorbelasting te hoge kostprijs als verborgen franchise fee
Uit een tussenvonnis van de rechtbank Den Haag van 30 augustus 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10597 (Happy Nurse) blijkt dat de rechtbank zich gebogen heeft over de vraag of de door de franchisegever aan de
Supermarktbrief – 19
Coop schadeplichting wegens wanprestatie jegens franchisenemer
Schadebegroting na onterechte beëindigen franchiseovereenkomst door franchisegever
In een arrest van de Hoge Raad van 15 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2372 (Franchisenemer/Coop) was aan de orde dat supermarktorganisatie Coop afspraken niet nagekomen was, waardoor de franchisenemer
Franchisegever verplicht tot verlenging franchiseovereenkomst
De rechtbank Rotterdam heeft op 6 september 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:6975 (Misty /Bram Ladage) geoordeeld dat de weigering tot verlenging van een franchiseovereenkomst door een franchisegever
De (on)geldigheid van een postcontractueel concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst: analogie met arbeidsrecht?
De rechtbank Gelderland heeft op 5 september 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4565 een vonnis gewezen over onder meer de vraag of Bruna als franchisegever een beroep kon doen op het verbod voor een


