Franchisegever gehouden aan eigen falende geschillenregeling
Franchiseorganisatues hebben soms een eigen geschillenregeling. Kan een franchisegever een overeengekomen eigen geschillenregeling passeren bij disfunctioneren van de geschillencommissie en het geschil voorleggen aan de rechtbank? De rechtbank Amsterdam, 13 juli 2022, ECLI:NL:RBAMS:2022:3653 heeft moeten oordelen of dit het geval is.
De algemene ledenvergadering van een cooperatieve franchiseorganisatie had een geschillenregeling vastgesteld. Deze regeling houdt in dat geschillen bij uitsluiting in eerste instantie worden beslecht door bindend advies door de geschillencommissie van de franchiseorganisatie.
Een franchisenemer beëindigt de franchiseovereenkomst en is op grond van de overeenkomst gehouden een vergoeding te betalen aan de franchisegever. De franchisegever stelt daartoe een vordering in bij de rechtbank.
Tussen partijen is niet in geschil dat de geschillenregeling rechtsgeldig is overeengekomen en dat op grond van die regeling de vordering moet worden voorgelegd voor bindend advies aan de geschillencommissie. Dat betekent dat de franchisegever in beginsel niet-ontvankelijk is in haar vordering bij de rechtbank.
De franchisegever stelt dat kort na het vaststellen van de geschillenregeling duidelijk werd dat het optuigen van een geschillencommissie niet mogelijk bleek. De franchiseorganisatie was te klein van omvang om een geschillencommissie op te tuigen. De geschillenregeling bleek dus niet uitvoerbaar. Daarom was de geschillenregeling in de algemene ledenvergadering gewijzigd en voor bestaande geschillen besloten dat die zullen worden voorgelegd aan de burgerlijke rechter. De franchisenemer was echter toen al geen franchisenemer meer, zodat de gewijzigde geschillenregeling volgens de rechtbank niet voor de betreffende franchisenemer geldt.
Volgens de franchisegever was de franchisenemer bekend met de onuitvoerbaarheid van de geschillenregeling. Omdat de franchisenemer zich niet op de geschillenregeling had beroepen, heeft zij volgens de franchisegever haar recht verwerkt om een beroep te doen op de geschillenregeling. De rechtbank meent dat de franchisenemer zich weldegelijk op de geschillenregeling beroepen had.
De gestelde onmogelijkheid om een geschillencommissie op te tuigen, staat niet aan het beroep op de geschillenregeling in de weg. De franchisegever had volgens de rechtbank een ad hoc commissie kunnen samenstellen om bindend advies uit te brengen over dit geschil. De franchisegever wordt in het ongelijk gesteld en zal alsnog het geschil aan de geschillencommissie moeten voorleggen.
Een interne geschillenregeling binnen een franchiseorganisatie kan soms een mooi instrument zijn om geschillen binnenskamers te beslechten. Daarbij is wel van belang te voorzien in een regeling voor het geval het niet lukt een geschillencommissie te benoemen.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?
De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...
Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?
De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...
Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?
Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...
Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?
Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, ...
Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade
Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...
Supermarktfranchise in Nederland en België: een verschil in bescherming
Jeroen Sterk schreef in APLSIA Magazine, het Franstalige Belgische vakmagazine ...





