Geen instemmingsrecht bij nieuwe franchisevoorwaarden – ook niet bij ingrijpende fee-wijzigingen
In kort geding heeft de Rechtbank Den Haag (Rb. Den Haag 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:27218) geoordeeld dat een franchisegever het vergoedingenstelsel mag aanpassen bij het aanbieden van een nieuwe franchiseovereenkomst na afloop van de looptijd, zonder instemming van de franchisenemers . Het wettelijke instemmingsrecht van art. 7:921 BW ziet uitsluitend op wijzigingen tijdens lopende franchiseovereenkomsten en is niet van toepassing in de onderhandelingsfase over opvolgende contracten.
De franchisenemers stelden dat de voorgestelde extra vergoedingen, onder meer voor digitalisering en geautomatiseerde plaatsingen, hun verdienmodel onhaalbaar zouden maken en in strijd waren met goed franchisegeverschap. De voorzieningenrechter volgde dit niet. Onvoldoende aannemelijk was gemaakt dat de voorstellen zó ingrijpend waren dat geen enkele franchisenemer na invoering daarvan nog winstgevend zou kunnen opereren. Ook het beroep op het reglement van de franchiseraad bood geen grond voor een instemmingsrecht.
De uitspraak bevestigt dat franchisenemers bij het aflopen van de overeenkomst geen recht hebben op ongewijzigde voortzetting. Wel geldt dat de franchisegever bij het aanbieden van nieuwe voorwaarden wordt begrensd door de redelijkheid en billijkheid. Alleen wanneer wijzigingsvoorstellen feitelijk neerkomen op een structureel onrendabele exploitatie, kan sprake zijn van een ontoelaatbare doorkruising van die grens.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Exoneratie zorgplicht bij prognose franchisegever
In een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 april 2014, kwam de interessante vraag aan de orde of een samenwerking als franchise gekwalificeerd diende te worden.
Concurrentiebeding sneuvelt in kort geding
Onlangs oordeelde de voorzieningenrechter te Rotterdam dat een franchisenemer niet gehouden was aan het in de franchiseovereenkomst opgenomen concurrentiebeding.
Voorschot op schadevergoeding na ondeugdelijke prognose
In een fraai gemotiveerd kort gedingvonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 9 april 2014 was aan de orde de vraag of een voorschot betaald diende te worden op de schadestaatprocedure.
Afhaalpunt vereist winkelbestemming
In mijn supermarktnieuwsbrief van 11 juli 2013 voorspelde ik al dat het vestigen van afhaalpunten voor via internet bestelde goederen de gerechtelijke pennen wel in beweging zou brengen.
Ontwikkelingen en verkopen via internet.
Ontwikkelingen en verkopen via internet.
Supermarktbrief – 4
Ontwikkelingen en verkopen via internet
