Geen verplichting tot gebruik van een huurpand als supermarkt
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft een beslissing genomen over de vraag of de huurder van een pand verplicht was een supermarktformule te exploiteren, ofwel dat in het pand ook andere detailhandelspraktijken toegelaten diende te worden. Zie Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 25 mei 2023, ECLI:NL:GHARL:2023:4348.
Marqt had een huurovereenkomst gesloten ten aanzien van een pand met als doel er een supermarkt volgens de Marqt-formule te exploiteren. Marqt wordt vervolgens overgenomen door Udea. Udea exploiteert tegenover de het pand een supermarkt volgens de Ekoplaza-formule. Om die reden wil Marqt geen Marqt-supermarkt meer exploiteren in het gehuurde. Marqt verhuurt de ruimte vervolgens onder aan een derde, die er een meubelzaak exploiteert. De pandeigenaar vorderde dat Marqt alsnog een supermarkt volgens de Marqt-formule zou gaan exploiteren.
De huurovereenkomst bepaalt dat het gehuurde bestemd is om te worden gebruikt voor detailhandel. Daarbij is tevens bepaald dat de verhuurder ervoor instaat dat Marqt het gehuurde kan gebruiken voor een winkel conform de Marqt-formule. Het hof oordeelt dat partijen door het gebruik van het woord ‘detailhandel’ de bedoeling hebben gehad een ruimere bestemming voor het gebruik overeen te komen dan enkel die voor een ‘winkel conform de Marqt-formule’ of een ‘supermarkt’.
De verhuurder heeft er op gewezen dat afgesproken was dat zij aan Marqt een investeringsbijdrage zou voldoen, wat zij ook gedaan heeft, zodat Marqt het gehuurde geschikt te maken voor de vestiging van een Marqt-supermarkt. Met deze investeringsbijdrage is het pand in opdracht van Marqt aangepast in een meer open, multifunctionele winkelruimte, geschikt voor allerlei soorten detailhandel waaronder dus ook een supermarkt. Hieruit kan volgens het hof niet worden opgemaakt dat afgesproken zou zijn dat het gebruik van het pand beperkt zou zijn tot de exploitatie van uitsluitend een Marqt-supermarkt.
De vordering van de verhuurder om het gehuurde te gebruiken als supermarkt wordt door het hof afgewezen.
Uit deze uitspraak blijkt maar weer eens het belang van de formulering van de schriftelijk gemaakte afspraken.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchisegevers mogen geen wijziging van winkeltijden meer opleggen – 12 februari 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Eind 2018 is een concept van de “Wet keuzevrijheid openingstijden winkeliers” gepresenteerd.
Wanneer gaat een franchisegever te ver bij de werving van franchisenemers?
In het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019 was aan de orde of de franchisegever bij de werving van de franchisenemers ontoelaatbaar gehandeld had.
Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) adviseert staatssecretaris Keijzer over Wet Franchise
Kort samengevat wordt allereerst geadviseerd franchisegevers en franchisenemers actief te informeren over deze wetswijziging.
Post non-concurrentieverbod bij diensten- en verkoopfranchise
Als een franchiseovereenkomst eindigt, dan stuiten veel franchisenemers op een verbod in de franchiseovereenkomst om gedurende een bepaalde tijd daarna vergelijkbare werkzaamheden te verrichten
Het concept van de Wet Franchise: impact voor franchisegevers en franchisenemers – d.d. 5 februari 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten denkt dat als het ontwerp van de Wet Franchise daadwerkelijk wet zal worden, er heel wat zal veranderen voor franchisegevers en franchisenemers.
Koop franchiseonderneming en de ontslagen zieke werknemer van 7 jaar geleden
De vraag is of een franchisenemer van Bruna, bij de verkoop van de franchiseonderneming aan Bruna, had moeten mededelen dat zeven jaar geleden een werknemer ziek uit dienst was getreden.




