Geschillenregelingen
In de franchisepraktijk circuleren diverse geschillenregelingen. Deze regelingen bestaan onder meer uit mediation, (NAI) arbitrage en regelingen de bevoegdheid tot geschillenbeslechting toekennen aan de burgerlijke rechter. Daarnaast circuleren bedingen waarbij de franchiseraad als geschillencommissie optreedt. Reeds eerder is in deze rubriek aanbevolen die laatste vorm van geschillenbeslechting in ieder geval niet te hanteren.
Valt arbitrage te prevaleren boven de burgerlijke rechter nadat een poging tot mediation gestrand is?Arbitrage heeft de naam snel en effectief te zijn. Het is zeker zo dat arbiters in zijn algemeenheid een verdergaande bevoegdheid hebben dan de gewone rechter om als goede mannen naar billijkheid een zaak af te doen. De burgerlijke rechter ziet zich sneller genoodzaakt zich te beperken tot het stelsel van het burgerlijk recht en overige relevante bepalingen. Dit betekent overigens niet dat een arbitraal college het burgerlijk recht zonder meer kan passeren.
Wanneer er al te veel naar particuliere opvattingen wordt beoordeeld kan een arbitraal vonnis onder omstandigheden vatbaar zijn voor vernietiging door de burgerlijke rechter. Arbiters hebben echter doorgaans wat meer mogelijkheden een wat ruimere interpretatie aan diverse feiten en omstandigheden te geven dan de gewone rechter. Dit betekent echter geenszins dat een arbiter niet onder omstandigheden een deskundige kan en moet aanstellen voor de vaststelling van bepaalde feiten of de omvang van de schade. Dit brengt met zich mee dat een arbitrale procedure wel degelijk zeer lang kan duren, zoals dat bij de burgerlijke rechter ook het geval kan zijn. Hier staat tegenover dat de burgerlijke rechter steeds slagvaardiger wordt met het actief zoeken naar oplossingen tussen partijen en hier ook steeds beter in slaagt. Wellicht ten overvloede zij in deze gesteld dat rechters nu juist expliciet zijn opgeleid om geschillen langs professionele weg af te doen. Voorts bestaat het streven procedures voor de burgerlijke rechter sneller te laten verlopen dan in het verleden het geval was.
Helaas staan hier in de praktijk langere wachttijden tegenover, gezien het groot aantal zaken dat door de rechterlijke macht dient te worden behandeld. Dit probleem beperkt zich dus niet tot de gezondheidszorg of de files. Van belang is voorts dat arbitrale procedures doorgaans veel kostbaarder zijn dan procedures voor de burgerlijke rechter. De reden hiervoor is gelegen in het feit dat de arbiters particulier zijn gefinancierd; dat wil zeggen door partijen betaald dienen te worden. De burgerlijke rechter wordt voor een groot deel betaald uit belastingmiddelen; overigens losstaand van griffierecht en eventuele kostenveroordeling.
Al met al valt nog te bezien of arbitrage zoveel praktischer en laagdrempeliger is dan een gang naar de burgerlijke rechter. Daar komt nog bij dat de burgerlijke rechter bij uitstek de juridische bescherming biedt aan partijen op basis van de wet. Slechts bij grote groepsgeschillen, bestaande uit een groep franchisenemers versus een franchisegever, kan het onder omstandigheden wenselijk zijn afdoening door arbiters te laten plaatsvinden. In ieder geval valt aan te raden partijen tenminste de vrijheid te laten een keuze te kunnen maken: arbitrage of een gang naar de gewone rechter. Idealiter worden geschillen echter opgelost langs de weg van mediation, waarbij echter wel de welwillendheid van beide kanten een voorwaarde is voor succes.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Artikel De Nationale Franchise Gids: “Afwikkelingsproblemen bij franchisenemer die een vennootschap onder firma is” – mr. J.A.J. Devilee – d.d. 30 november 2020
In een recent geschil stonden twee ex-echtelieden tegenover elkaar in een hoger beroepsprocedure omtrent de vraag of de ex-vrouw dwangsommen heeft verbeurd jegens de besloten vennootschap.
Artikel Franchise+ – “Inlenersaansprakelijkheid in franchiseverband, hoe zit dat precies?” – mr. K. Bastiaans – d.d. 24 november 2020
Het verschijnsel inlenersaansprakelijkheid heeft tot gevolg dat een derde onder voorwaarden aansprakelijk kan worden gesteld voor de schulden van een ander.
Franchisegever aansprakelijk voor fouten van een franchisenemer? – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 23 november 2020
Een franchiseorganisatie verzocht de rechtbank te verklaren dat de franchisgever niet aansprakelijk is als een franchisenemer een ernstige fout zou hebben gemaakt bij een klant.
De echte bedoelingen van partijen bij een franchiseovereenkomst – mr. C. Damen – d.d. 23 november 2020
Wat is nu werkelijk het idee geweest van partijen toen zij een franchiseovereenkomst sloten?
Concurrentieverbod in de franchiseovereenkomst ontduiken – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 10 november 2020
Een concurrentieverbod in een franchiseovereenkomst wordt door franchisenemers vaak als bezwaarlijk ervaren, temeer als het concurrentieverbod ook geldt na afloop van de franchiseovereenkomst.
Artikel Franchise+ – “Hoe kom ik van mijn schulden af: Ook voor franchisenemers en franchisegevers” – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 20 oktober 2020
Ook voor franchisenemers en franchisegevers die in financieel zwaar weer verkeren, kan een reorganisatie noodzakelijk zijn om te kunnen blijven voortbestaan.



