In een kwestie bij het gerechtshof Amsterdam 26 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3900 (Seal & Go) vorderde een franchisenemer een vergoeding van goodwill (ex artikel 7:308 BW) nadat de franchisegever de huurovereenkomst had opgezegd, om de exploitatie van de onderneming zelf voort te zetten. 

In eerste aanleg had de rechtbank Noord-Holland d.d. 24 december 2015, ECLI:NL:RBNHO:2015:11974, de vordering van de franchisenemer afgewezen omdat er geen sprake was van voordeel aan de zijde van de franchisegever. De klantenkring was het gevolg is van de locatie en niet van de ondernemersactiviteiten. De onderneming was namelijk op de luchthaven Schiphol gelegen en het is die locatie die kennelijk volgens de rechtbank de (opgebouwde) klantenkring tot gevolg heeft. 

Het gerechtshof bekrachtigd het vonnis van de rechtbank en voegt daar aan toe dat de enkele door de gewezen franchisenemer gerealiseerde aanzienlijke toename van omzet en winst, onvoldoende concrete aanknopingspunten biedt om tot de conclusie te kunnen komen dat de franchisegever voordeel heeft genoten dat is toe te rekenen aan de ondernemingsactiviteiten van de franchisenemer. 

Mr. A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat 

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl.

Andere berichten

Overgang van onderneming bij ‘preferred supplier’ van franchisenemers

Het gerechtshof Amsterdam heeft in kort geding op 13 juni 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:2144, geoordeeld over de vraag of werknemers van een door de franchisegever aangewezen ‘preferred supplier’ van de

Te late mededeling dat geen franchiseovereenkomst gesloten zal worden

Het gerechtshof Amsterdam-Leeuwarden heeft op 11 april 2017, EQLI:NL:GHARL:2017:3104 niet alleen de vraag beoordeeld of het afbreken van de onderhandelingen over een te sluiten franchiseovereenkomst

Tussentijds van je franchiseovereenkomst af?

Franchiseovereenkomsten worden meestal voor een langere duur gesloten. Hoe breek je nu een franchiseovereenkomst open?

HEMA in de clinch met franchisenemers over afspraken e-commerce

De rechtbank Amsterdam heeft op 18 juli 2018, ECLI:NL:RBAMS:2018:5098 een vonnis geveld in een bodemprocedure waarbij de franchisenemers grotendeels in het gelijk gesteld werden over e-commerce.

Ga naar de bovenkant