Master-franchising: let op uw saeck
In toenemende mate doet het verschijnsel master-franchising haar intrede in Nederland. Een en ander komt er, kort gezegd, op neer dat een buitenlandse franchise-organisatie in andere landen activiteiten ontplooit door middel van master-franchisenemers, die dan in de betrokken landen zelf weer franchisenemers werven, en dus als het ware tussen de franchisenemers “in het veld” en de hoofdorganisatie figureren. Een dergelijk instrument biedt, wanneer het goed wordt gehanteerd, een prima mogelijkheid om internationale expansie te verwezenlijken. In de praktijk bedienen Amerikaanse organisaties zich nog wel eens van dit instrument.
Het is wel zaak dat een dergelijke constructie zorgvuldig wordt vormgegeven. Ten eerste is daar de kwestie van aansprakelijkheden, met name in relatie tot de master-franchisenemer. Die heeft immers een contractuele relatie naar de master-franchisegever, zowel als naar zijn eigen franchisenemers. Rechten en verplichtingen dienen, het spreekt vanzelf, adequaat te worden afgebakend. Voorts ligt het in het algemeen in de rede dat een duidelijke afgrenzing wordt tot stand gebracht, zowel in juridische als in feitelijke zin, tussen het nationale franchisegedeelte en de relatie met de master-franchisegever. Een belangrijke vraag in dit kader is naar het recht van welk land de diverse overeenkomsten worden gesloten. De master-franchisegever bedingt nog wel eens dat dat dient te geschieden naar het recht van het land van zijn herkomst, bijvoorbeeld dus Amerikaans recht. Daartegenover staat dan dat de master-franchisenemer, in bijvoorbeeld Nederland, met zijn franchisenemers vrijwel altijd naar Nederlands recht zal contracteren. Het is zaak om adequaat en uitvoerig te inventariseren welke gevolgen de keus voor die beide verschillende rechtsstelsels kan hebben. Daarbij is het ook zo dat Amerikaanse (master-)franchise-overeenkomsten vaak een inhoud hebben die niet altijd strookt met bijvoorbeeld de Nederlandse rechtspraktijk. Een en ander kan, in voorkomende gevallen, situaties opleveren waar niemand zo gauw tevoren aan denkt.
De titel van dit stuk is dan ook een dringend advies, met name aan (potentiële) master-franchisenemers: draag er zorg voor dat u, alvorens met een buitenlandse organisatie in zee te gaan, precies weet waar u staat ten aanzien van de bovengenoemde en diverse andere (rechts)vragen. Franchisenemers van een master-franchisenemer doen er eveneens goed aan zich tevoren er van te vergewissen dat de organisatie op een verantwoorde wijze is opgebouwd.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Maak uw franchiseformule futureproof
Maak uw franchiseformule futureproof
Advocaten Ludwig & Van Dam blikken terug op transitieproces C1000
Advocaten Ludwig & Van Dam blikken terug op transitieproces C1000
Interview mr. A.W. Dolphijn en mr. J. Sterk inzake transitieproces C1000
Interview mr. A.W. Dolphijn en mr. J. Sterk inzake transitieproces C1000
Matiging boete van franchiseovereenkomst bij supermarkt
De rechtbank Oost-Brabant oordeelde op 22 april 2015 over een geschil tussen een franchisenemer en een franchisegever (Emté Franchise B.V.).
Arbitraal beding van toepassing op franchiseovereenkomst? Misschien toch niet
In franchiseovereenkomsten treft men zo nu en dan een arbitrageclausule aan.
Bestuurdersaansprakelijkheid bij een onjuiste prognose
De rechtbank Rotterdam heeft op 4 februari 2015 een vonnis gewezen over onder meer de vraag of de bestuurder van een verkopende rechtspersoon aansprakelijk was.
