Misbruik van het faillissementsrecht

Het recht dient te worden gebruikt voor het doel waarvoor zij is geschreven. Het doel van het faillissementsrecht is dat mensen of bedrijven niet blijven doorgaan met het opbouwen van schulden die zij niet aflossen.

Veelvuldig wordt het faillissementsrecht gebruikt door een franchisegever als drukmiddel om de franchisenemer tot spoedige betaling te bewegen. Wanneer niet tijdig wordt betaald, dreigt de franchisegever direct met het aanvragen van het faillissement van de franchisenemer. Voor een eventuele tegenvordering of het betwisten van de vordering wordt geen ruimte gelaten.
De faillissementswet geeft kort gezegd aan dat een faillissement kan worden uitgesproken wanneer er sprake is van meerdere schuldeisers en de schuldenaar in de staat verkeert waarin hij is opgehouden te betalen. Aan het vereiste dat er meer dan één schuldeiser moet zijn zal vaak wel zijn voldaan wanneer een franchisegever beweert een vordering te hebben op een franchisenemer. Als schuldeiser telt ook bijvoorbeeld het rekening-courantkrediet al meetellen. Dat er meerdere schuldeisers zijn is echter alleen nog geen voldoende voorwaarde om failliet te kunnen worden verklaard. Daarnaast moet er immers tevens de situatie zijn dat er is opgehouden te betalen.

Wanneer een franchisenemer een rekening onbetaald laat en de franchisenemer heeft daarvoor een reden is het daarom aan te raden de reden van niet betalen goed te communiceren en vast te leggen. Wanneer de franchisenemer met een reden niet betaalt, verkeert hij niet in de situatie dat hij bent opgehouden te betalen, de reden dient dus wel kenbaar te zijn. Zo voorkomt de franchisenemer dat hem ten onrechte de druk opgelegd wordt dat het faillissement wordt aangevraagd of vervelender nog dat hij, nadat de franchisegever het faillissement al heeft aangevraagd, dat de situatie aan de rechter moet worden uitgelegd, waar er eigenlijk een discussie is over de hoogte van de declaratie of de kwaliteit van de geleverde dienst of goederen.

Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten

Overeenkomsten die samenhangen met de franchiseovereenkomst

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 31 oktober 2017 voor negentien franchisenemers gelijkluidende arresten gewezen (ECLI:NL:GHARL:2017:9453 t/m ECLI:NL:GHARL:2017:9472).

Column Franchise+ – mr. J. Sterk – “Franchisenemer doet bodycheck beter dan franchisecheck”

Een sportschool gaat in zee met een franchiseconcept dat in samenwerking met zorgverzekeraars “Bodychecks” en kortingen aanbiedt aan (potentiële) leden.

Seminar mrs. J. Sterk en M. Munnik – Donderdag 2 november 2017: “Belangrijke juridische ontwikkelingen voor franchisegevers”

Advocaten Jeroen Sterk en Maaike Munnik van Ludwig & Van Dam Advocaten praten u bij over de status van en de ontwikkelingen rondom De Nederlandse Franchise Code en de Wet Acquisitiefraude.

Door Jeroen Sterk|02-11-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |

Goodwill bij einde franchiseovereenkomst

In een kwestie bij het gerechtshof Amsterdam 26 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3900 (Seal & Go) vorderde een franchisenemer een vergoeding van goodwill (ex artikel 7:308 BW) nadat de

Doorbelasting te hoge kostprijs als verborgen franchise fee

Uit een tussenvonnis van de rechtbank Den Haag van 30 augustus 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10597 (Happy Nurse) blijkt dat de rechtbank zich gebogen heeft over de vraag of de door de franchisegever aan de

Ga naar de bovenkant