Niet alles wat op franchise lijkt, is juridisch ook echt franchise
Dat blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 17 maart 2026 (ECLI:NL:RBROT:2026:2760). In deze zaak werkten twee partijen al jaren samen rond het beheer van een klantenportefeuille voor hypotheken en verzekeringen. Toen de samenwerking eindigde, ontstond discussie over de juridische aard van die samenwerking.
De rechter oordeelde voorlopig dat geen sprake was van een franchiseovereenkomst. Daarbij woog vooral mee dat niet duidelijk genoeg was geworden dat de ene partij bijzondere kennis en werkwijzen (knowhow) had overgedragen aan de andere partij. Juist dat is een belangrijk kenmerk van franchise.
Dat is van belang, omdat de wettelijke bescherming voor franchisenemers alleen geldt als juridisch echt sprake is van franchise. In deze zaak kon de vertrekkende partij zich daarom niet met succes beroepen op die speciale regels. Een relatiebeding bleef dus in stand.
Niet het etiket, maar de inhoud van de samenwerking is beslissend. Wie zekerheid wil, doet er verstandig aan vooraf goed vast te leggen wat voor soort samenwerking wordt aangegaan.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Supermarktbrief – 5
Verwerving supermarktlocatie door opzegging huurovereenkomst ten koste van zittende huurder mag van Hoge Raad.
Verwerving supermarktlocatie door opzegging huurovereenkomst ten koste van zittende huurder mag van Hoge Raad
Op 25 april 2014 heeft de Hoge Raad ten tweede male bevestigd dat de wachttijd van drie jaar bij opzegging van de huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik na koop van het onroerend
Eenzijdige collectieve fee-verhoging door franchisegever ongeoorloofd
In een belangwekkende uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 april 2014, lag de vraag voor of een franchisegever een verhoging van een bijdrage mocht doorvoeren.
Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN) voert nader overleg met de Minister
Op 16 april 2014 heeft het al aangekondigde gesprek tussen de Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN), en het Ministerie van Economische Zaken plaatsgevonden.
Exoneratie zorgplicht bij prognose franchisegever
In een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 april 2014, kwam de interessante vraag aan de orde of een samenwerking als franchise gekwalificeerd diende te worden.
Concurrentiebeding sneuvelt in kort geding
Onlangs oordeelde de voorzieningenrechter te Rotterdam dat een franchisenemer niet gehouden was aan het in de franchiseovereenkomst opgenomen concurrentiebeding.
