Onbetaalde huur en ondeugdelijke prognose bij franchise
De rechtbank Overijssel heeft op 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBOVE:2025:6375, in een kort geding geoordeeld over een vordering tot ontruiming van een door de franchisenemer gehuurde bedrijfsruimte. De franchisenemer had een forse huurachterstand opgebouwd tegenover de franchisegever. Hij verweerde zich met het betoog dat hij de huurbetalingen mocht opschorten, omdat de franchiseovereenkomst tot stand zou zijn gekomen onder invloed van dwaling.
Volgens de franchisenemer had de franchisegever misleidende omzetprognoses verstrekt, gebaseerd op de resultaten van een andere vestiging in Breda, waar gunstigere inkoopcondities en marges golden. In werkelijkheid bleken de kosten hoger en de marges lager. Ook zouden doorbelastingen en prijsopslagen van de franchisegever afwijken van eerdere toezeggingen.
Hoewel het beroep formeel werd gebaseerd op artikel 6:228 BW (dwaling), sluiten de argumenten inhoudelijk aan bij de precontractuele informatieplicht uit de Wet franchise. Op grond van artikel 7:913 lid 2 BW moet de franchisegever de franchisenemer vooraf informeren over de financiële verwachtingen van de formule, terwijl artikel 7:914 lid 2 BW een standstill-termijn van minimaal vier weken voorschrijft, zodat de kandidaat de verstrekte informatie zorgvuldig kan beoordelen.
De voorzieningenrechter benoemde deze bepalingen niet expliciet, maar oordeelde dat het verweer dezelfde strekking had: de franchisenemer stelde dat de franchisegever onvolledige of misleidende informatie had gegeven bij de toetreding.
Volgens de rechter leent een kort geding zich echter niet voor een oordeel over dwaling of schending van informatieplichten, omdat dit een diepgaand onderzoek naar prognoses, onderliggende cijfers en communicatie vereist. Dat hoort thuis in een bodemprocedure.
De vordering van de franchisegever tot betaling van ruim € 230.000 aan franchisegerelateerde facturen werd daarom afgewezen. De ontruiming van het gehuurde werd daarentegen toegewezen, omdat de huurachterstand omvangrijk was en geen sprake was van een concreet herstelplan. De kernoverweging: zelfs als de franchise op wankele gronden tot stand is gekomen, blijft de verplichting tot huurbetaling bestaan zolang de overeenkomst niet rechtsgeldig is vernietigd.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchisegevers mogen geen wijziging van winkeltijden meer opleggen – 12 februari 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Eind 2018 is een concept van de “Wet keuzevrijheid openingstijden winkeliers” gepresenteerd.
Wanneer gaat een franchisegever te ver bij de werving van franchisenemers?
In het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019 was aan de orde of de franchisegever bij de werving van de franchisenemers ontoelaatbaar gehandeld had.
Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) adviseert staatssecretaris Keijzer over Wet Franchise
Kort samengevat wordt allereerst geadviseerd franchisegevers en franchisenemers actief te informeren over deze wetswijziging.
Post non-concurrentieverbod bij diensten- en verkoopfranchise
Als een franchiseovereenkomst eindigt, dan stuiten veel franchisenemers op een verbod in de franchiseovereenkomst om gedurende een bepaalde tijd daarna vergelijkbare werkzaamheden te verrichten
Het concept van de Wet Franchise: impact voor franchisegevers en franchisenemers – d.d. 5 februari 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten denkt dat als het ontwerp van de Wet Franchise daadwerkelijk wet zal worden, er heel wat zal veranderen voor franchisegevers en franchisenemers.
Koop franchiseonderneming en de ontslagen zieke werknemer van 7 jaar geleden
De vraag is of een franchisenemer van Bruna, bij de verkoop van de franchiseonderneming aan Bruna, had moeten mededelen dat zeven jaar geleden een werknemer ziek uit dienst was getreden.




