Ondernemer en schuldsanering
In de praktijk komt het voor dat franchisenemers, en soms ook franchisegevers door of vanwege de crisis in financiële problemen zijn geraakt. In een aantal gevallen wordt geadviseerd aan de ondernemer om schuldsanering aan te vragen. Deze bijdrage bevat een summiere toelichting op de Wet Sanering Natuurlijke Personen.
Elke natuurlijk persoon met een eigen onderneming – ongeacht de aard en de omvang van de onderneming, de activa en de schulden – kan de rechtbank om toepassing van de wettelijke schuldsanering verzoeken, dus in de meeste gevallen ook een franchisenemer.
De Wet Sanering Natuurlijke Personen (WSNP) biedt de schuldenaar de mogelijkheid een einde te maken aan langdurige, of zelfs levenslange, schulden. Een voorwaarde voor de toelating tot de WSNP is dat de schuldenaar een minnelijk traject heeft doorlopen. Onder een minnelijk traject wordt een vrijwillig schuldsaneringstraject verstaan. Pas als de minnelijke poging is mislukt mag de schuldenaar een beroep doen op de wettelijke schuldsanering.
De schuldsanering is vaak een laatste redmiddel om een faillissement te kunnen voorkomen. Bij een schuldsanering gaat het in veel gevallen om een onderneming, lees in casu een franchisevestiging, die niet meer levensvatbaar is en waarbij de ondernemer bij een faillissement privé aansprakelijk gesteld kan worden. Het is de ondernemer er daarom alles in gelegen om niet failliet te gaan. Het kan hier gaan om een eenmanszaak, maar ook om een vennootschap onder firma, een rechtsvorm die door franchisenemers veelvuldig wordt gehanteerd.
De wettelijke schuldsanering biedt de ondernemer de kans om in drie jaar een “schone lei” te krijgen. Dit is geen makkelijk traject en tevens is de kans groot dat de onderneming dient te worden beëindigd. De franchisenemer zal zich optimaal moeten inzetten om zoveel mogelijk geld bijeen te brengen ten behoeve van de schuldeisers. Dit zal betekenen dat alles wat maar enige waarde heeft in geld dient te worden omgezet. Met de opbrengst kan de gezamenlijke schuldeisers een aanbod tot betaling van een deel van de schuld, tegen finale kwijting, worden gedaan. Ook kan verwacht worden dat de franchisenemer in loondienst treedt om zodoende inkomsten te verwerven om de schuldeisers te betalen.
Schulden ontstaan door fraude of een misdrijf zullen een afwijzingsgrond vormen voor toelating tot de WSNP.
Als de franchisenemer is toegelaten tot de wettelijke schuldsanering wijst de rechtbank een bewindvoerder toe. Tijdens de wettelijke schuldsanering dient men zich te houden aan een aantal regels. Indien men zich hier niet aan houdt, kan de rechtbank overgaan tot tussentijdse beëindiging. Ook indien tussentijds een akkoord wordt aangeboden aan de schuldeisers of alle schulden zijn voldaan, eindigt de schuldsanering. Veelal duurt de regeling drie jaar, met als gevolg een schone lei; het restant van de schulden behoeft niet meer te worden betaald.
De franchisenemer in financiële problemen dient voor zichzelf de keuze te maken tussen het aanvragen van een eigen faillissement, liquidatie van de onderneming in de WSNP of voortzetting van de onderneming met behoud van bedrijfsactiva in een surseance van betaling. Wij kunnen de voor- en nadelen van de bovengenoemde keuzes met u bespreken, zodat u een weloverwogen keuze kunt maken.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Franchisenemer mag assortiment vreemd inkopen na verplichte formulewijziging – 6 juni 2019 – mr. J.A.J. Devilee
De rechtbank Oost-Brabant heeft zich onlangs in kort geding gebogen over een belangwekkende kwestie waarin een franchisenemer geheel onvrijwillig een alternatieve formule opgedrongen heeft gekregen.
Hoe behoud ik mijn vestigingsplaats? – 6 juni 2019 – mr. K. Bastiaans
Voor franchisegevers en franchisenemers is, met name in de detailhandel, de vestigingsplaats van groot belang.
Supermarktbrief – 25
Supermarktnieuwsbrief nr. 25
De toetsingsmaatstaf voor franchiseprognoses – d.d. 29 mei 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Het hof Den Bosch heeft op 19 maart 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1037, de rechtspraak van de Hoge Raad over prognose bij franchising op een rij gezet.
Arbitrage binnen franchise: een te hoge drempel? – mr. M. Munnik
Bij het aangaan van een overeenkomst is het voor partijen mogelijk – in afwijking van de wet - om een bevoegde rechter aan te wijzen. Dit geldt ook voor de franchiseovereenkomst. Van deze mogelijkheid
Beroep franchisenemer op dwaling wegens ondeugdelijke prognoses en gebrek aan ondersteuning verworpen – d.d. 25 april 2019 – mr. K. Bastiaans
Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde (ECLI:NL:GHSHE:2019:697) over de vraag of het enkele feit dat prognoses niet zijn uitgekomen, de conclusie rechtvaardigt dat de franchisenemer tekort is gedaan...



