Structureel ondeugdelijke omzetprognoses van de franchisegever
De rechtbank Limburg heeft op 15 maart 2017 in acht vergelijkbare vonnissen (waaronder ECLI:NL:RBLIM:2017:2344) de franchiseovereenkomsten van diverse franchisenemers van de P3-franchiseformule vernietigd wegens dwaling, omdat de voorgehouden omzetprognoses ondeugdelijk waren.
Aan aspirant-franchisenemers werd voor het sluiten van de franchiseovereenkomst een informatiepakket ter beschikking gesteld met daarin een rekenmodel en een model-ondernemingsplan. Onderdeel van het rekenmodel vormt een rekenvoorbeeld met een omzetprognose voor de eerste vijf jaren. Uitgaande van een realistisch scenario wordt daarin voor het eerste jaar voor een willekeurige franchisenemer een omzet geprognosticeerd van niet minder dan € 80.000,00. Door invulling van enkele gegevens in het bijbehorende rekenmodel kan een aspirant-franchisenemer tevens zijn persoonlijke omzetprognose berekenen voor de komende vijf jaren. Uit het ingevulde rekenmodel volgde in onderhavige kwesties steeds florissante omzetprognoses.
Van de tien franchisenemers is er niet een die de prognose gehaald heeft en heeft het merendeel zelfs geen enkele omzet gerealiseerd. Dit gegeven vormt op zichzelf reeds een sterke onderbouwing van de stelling dat de verstrekte omzetprognose ondeugdelijk was, nu het verschil tussen de geprognosticeerde omzet en de gerealiseerde omzetten substantieel is en dit zich bij alle franchisenemers voordoet. Toch is deze onderbouwing niet doorslaggevend, nu het verschil in behaalde en voorspelde omzet ook kan zijn veroorzaakt door omstandigheden die buiten de franchisegever gelegen zijn en waarvan de franchisegever redelijkerwijs geen kennis kon hebben bij het maken van de prognose. Het is volgens de rechtbank daarom van belang om tevens na te gaan of een deugdelijk markt- en vestigingsplaatsonderzoek aan de prognose ten grondslag is gelegd.
Namens de franchisegever wordt aangevoerd dat het steeds een inschatting betreft van door twee bestuurders van de franchisegever op basis van hun eigen ervaringen als ondernemers binnen de betreffende branche.
Onduidelijk is evenwel of, en in hoeverre, bij die inschattingen de volgende omstandigheden zijn meegenomen:
- het feit dat de franchiseformule P3 nog geen gevestigde naam was;
- dat de franchisenemers allemaal nieuw waren in de branche;
- de franchisenemers nog opgeleid en gecertificeerd moesten worden in het eerste jaar alvorens zij zelfstandig aan het werk zouden kunnen;
- dat uit de gebruikte omzetgegevens een terugloop in de omzet bleek.
De rechtbank concludeert dat geen deugdelijk marktonderzoek aan de omzetprognose ten grondslag is gelegd en dat de omzetprognose ondeugdelijk was. De rechtbank vernietigt de gesloten franchiseovereenkomsten.
Alhoewel afgevraagd kan worden of de aspirant-franchisenemers achteraf misschien naïef waren, oordeelt de rechtbank dat de franchisenemers geen onderzoeksplicht hadden, gezien de onjuiste mededelingen van de franchisegever. Het lijkt er op dat met name ook de structurele ondeugdelijke methode waarop de prognoses opgesteld zijn en ook het enorme verschil met de gerealiseerde omzetten hier de franchisegever aangerekend worden.
Mr. A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl.

Andere berichten
De franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst, een gewenst koppel?
Bij samenloop van een franchiseovereenkomst en een huurovereenkomst spreekt men
Formule stapt over van administratiekantoor
In onderhavige kwestie is er sprake van een administratiekantoor dat binnen, een bepaalde franchiseformule, administratieve werkzaamheden voor de franchisenemers verricht.
Ontbreken van (onder)huurovereenkomst
Een koppeling tussen een franchiseovereenkomst en een huurovereenkomst is een veel voorkomend fenomeen.
Cursus franchising voor Netlaw
Op 2 februari 2011 geeft mr. Th.R. Ludwig een cursus voor Netlaw, een samenwerkingsverband van diverse advocatenkantoren in Nederland.
Overeenstemming tussen partijen
Een franchiseovereenkomst komt tot stand door een aanbod van de ene partij (de franchisegever)
Het belang van het mededingingsrecht bij franchiseconstructies in de zorgsector
Afgelopen jaar, te weten op 9 maart 2010, heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)