Transparantie bij collectieve inkoop in supermarktfranchise

Het rommelt bij franchiseorganisatie Carrefour in Frankrijk. De recente spanningen binnen het Franse franchisenetwerk van Carrefour moeten worden begrepen tegen de achtergrond van een bredere Europese discussie over machtsongelijkheid in de supermarktsector. Het mogelijke vertrek van Provencia, de grootste Franse franchisenemer van Carrefour, onderstreept dat deze spanningen structureel zijn en niet langer kunnen worden afgedaan als incidentele prijsconflicten. Eerder signaleerde kantoorgenoot Jeroen Sterk dit al.

Een juridisch ijkpunt vormt de beschikking van het Hof van Beroep in Caen (Cour d’appel de Caen, ordonnance de référé, 2 décembre 2025). In deze beslissing handhaafde het hof de onmiddellijke uitvoerbaarheid van een eerder vonnis van de Handelsrechtbank van Caen (Tribunal de commerce de Caen, 17 juillet 2025). De franchisegever, te weten Carrefour-dochter Genedis (Promocash), werd daarin verplicht volledige inzage te geven in de met leveranciers gesloten commerciële overeenkomsten en in de ontvangen en doorbetaalde kortingen aan de betrokken franchisenemers.

Het hof verwierp uitdrukkelijk het beroep van de franchisegever op bedrijfsgeheimen. Doorslaggevend was dat de franchisegever contractueel namens de franchisenemers onderhandelde met leveranciers. Deze rol brengt volgens het hof een vergaande rekening- en verantwoordingsplicht met zich. Zonder inzage in de relevante documenten kunnen franchisenemers immers niet verifiëren of de verplichtingen van de franchisegever correct en volledig worden nagekomen.

Deze Franse rechtspraak past in een bredere Europese ontwikkeling. In België is er eveneens een besluit genomen ter bescherming van zelfstandig supermarktondernemers. Zie het artikel daarover op onze website. De Europese Commissie erkent al geruime tijd dat grote retailers en inkooporganisaties structurele marktmacht uitoefenen. Waar de focus aanvankelijk vooral lag op de verhouding tussen retailers en leveranciers, wordt steeds duidelijker dat ook franchisenemers in de supermarktsector zich economisch in een afhankelijke positie kunnen bevinden. Transparantie over inkoopprijzen, kortingen en promotiegelden vormt daarbij een centraal correctiemechanisme.

De rode draad is helder. Wanneer franchisegevers collectief inkopen, namens franchisenemers onderhandelen en economische waarde centraliseren, ontstaat een afdwingbare verantwoordingsplicht richting franchisenemers. Ontbreekt die transparantie, dan volgen juridische procedures – of, zoals thans zichtbaar wordt, strategische exits van franchisenemers uit het netwerk.

De ontwikkelingen in Frankrijk maken duidelijk dat collectieve inkoop binnen supermarktfranchise niet los kan worden gezien van vergaande transparantieverplichtingen. Supermarktfranchise wordt daarmee steeds minder beschouwd als een louter commerciële samenwerking en steeds meer als een gereguleerde machtsrelatie, waarin transparantie een structurele voorwaarde is voor vertrouwen en continuïteit.

 

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Misleiding bij de werving van een franchisenemer?

Een uitspraak over de vraag of de franchisegever bij de werving van een franchisenemer een onjuiste voorstelling van zaken gegeven had.

Franchisegever aansprakelijk voor prognoses afkomstig van derde – d.d. 6 maart 2019 – mr. M. Munnik

Volgens vaste rechtspraak handelt een franchisegever onrechtmatig jegens haar franchisenemer wanneer een franchisegever zelfstandig op onzorgvuldige wijze onderzoek uitvoert en als gevolg daarvan...

De (hard) franchiseovereenkomst en zorgplicht gekwalificeerd – WPNR 7226 (2019)

Het kabinet is voornemens een wettelijke regeling over franchising in het Burgerlijk Wetboek op te nemen ter bescherming van de zwakke positie van de franchisenemer.

Door Alex Dolphijn|26-02-2019|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Uitspraken & actualiteiten|Label: |

Gemeente moet tijdelijke Albert Heijn toestaan

De rechtbank Noord-Holland heeft op 7 februari 2019 geoordeeld over de vraag of de gemeente een tijdelijke Albert Heijn diende toe te staan

Franchisegevers mogen geen wijziging van winkeltijden meer opleggen – 12 februari 2019 – mr. A.W. Dolphijn

Eind 2018 is een concept van de “Wet keuzevrijheid openingstijden winkeliers” gepresenteerd.

Door Alex Dolphijn|12-02-2019|Categorieën: Franchise overeenkomsten, label11, Supermarkten, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |

Wanneer gaat een franchisegever te ver bij de werving van franchisenemers?

In het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019 was aan de orde of de franchisegever bij de werving van de franchisenemers ontoelaatbaar gehandeld had.

Ga naar de bovenkant