Tussen de diagnose- en prognoseplicht van de franchisegever
In het toonaangevende juridisch wetenschappelijk tijdschrift WPNR schreef mr. Dolphijn een bijdrage waarin prognoses bij franchisegeschillen aan de orde komen.
Met de Wet franchise heeft de wetgever geen prognoseplicht willen introduceren, maar wel een verplichting om in de precontractuele fase bepaalde relevante beschikbare informatie te verschaffen aan de beoogd franchisenemer. De beoogd franchisenemer dient daartoe financiële informatie aan te leveren, welke de franchisegever dient te onderzoeken. Men zou kunnen spreken van een diagnoseplicht van de franchisegever. Dit dient onderscheiden te worden van een prognoseplicht, maar hoe groot is dit onderscheid.
Het artikel is genaamd “Tussen de diagnose- en prognoseplicht van de franchisegever” en gepubliceerd in WPNR 7341 (2021) d.d. 2 oktober 2021 op p. 729 t/m 741 en via de volgende link te bestellen bij de uitgever: https://wpnr-knb.sdu.nl/node/13635
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Continuering exploitatie, ondanks forse achterstand franchisefee?
Kan de franchisenemer door blijven gaan met exploiteren, ondanks een forse betalingsachterstand van franchisefee?
Inbreuk op concurrentiebeding, waar ligt de grens?
In deze kwestie startte een voormalig freelancer van massagesalon Doctor Feelgood een eigen massagesalon onder de naam Feelgood-store.
Onderzoek naar aantallen franchiseprocedures
Recentelijk publiceerde wij op de website een kort inventariserend onderzoek naar de franchisejurisprudentie over de afgelopen zes jaar.
Schending zorgplicht tast exoneratie aan
In een geschil over een beroep op exoneratiebeding in de franchiseovereenkomst door de franchisegever, is overwogen dat rekening gehouden dient te worden met de aard van de franchiseovereenkomst
Supermarktbrief – 5
Verwerving supermarktlocatie door opzegging huurovereenkomst ten koste van zittende huurder mag van Hoge Raad.
Verwerving supermarktlocatie door opzegging huurovereenkomst ten koste van zittende huurder mag van Hoge Raad
Op 25 april 2014 heeft de Hoge Raad ten tweede male bevestigd dat de wachttijd van drie jaar bij opzegging van de huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik na koop van het onroerend
