Vergoedingsplicht bij einde franchiseovereenkomst
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde op 27 januari 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:178) dat Tommy Hilfiger schadeplichtig is wegens de wijze waarop zij een langdurige franchiseverhouding (diverse (franchise)overeenkomsten) van meer dan 20 jaar met haar franchisenemer Denim Group heeft beëindigd. Hoewel de contractuele looptijden van de franchiseovereenkomsten waren verstreken en de relatie daardoor in beginsel opzegbaar was, kon beëindiging niet zonder meer en zonder vergoeding plaatsvinden.
Cruciaal is dat het hof vaststelt dat de franchisegever na expiratie van de contracten wél bleef aandringen op financiële verplichtingen, maar niet duidelijk maakte dat de relatie juridisch was overgegaan in een overeenkomst voor onbepaalde tijd die onmiddellijk opzegbaar was. Daarmee creëerde de franchisegever een ondoorzichtige situatie die volgens het hof voor haar rekening komt. De opzegging moest daarom worden beoordeeld aan de hand van redelijkheid en billijkheid, in lijn met het recente Leen Bakker-arrest van de Hoge Raad.
Opvallend is verder dat het hof expliciet benoemt dat de onderneming “gaandeweg werd uitgehold” doordat winkels gefaseerd werden gesloten, waarna de franchisegever met opvolgende franchisenemers verder kon op dezelfde locaties. In de toegekende schadevergoeding van € 600.000 is volgens het hof ook een vergoeding voor goodwill begrepen.
Uit deze uitspraak blijkt wederom dat franchisegevers die een langdurige relatie feitelijk laten voortduren, zich bij beëindiging niet altijd kunnen verschuilen achter het formele einde van de looptijd van franchiseovereenkomsten. Duidelijkheid, zorgvuldigheid en – waar nodig – compensatie zijn geen gunst, maar een juridische vereiste.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Cursus franchising voor Netlaw
Op 2 februari 2011 geeft mr. Th.R. Ludwig een cursus voor Netlaw, een samenwerkingsverband van diverse advocatenkantoren in Nederland.
Overeenstemming tussen partijen
Een franchiseovereenkomst komt tot stand door een aanbod van de ene partij (de franchisegever)
Het belang van het mededingingsrecht bij franchiseconstructies in de zorgsector
Afgelopen jaar, te weten op 9 maart 2010, heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa)
Een andere franchisegever tegen wil en dank?
Een andere franchisegever tegen wil en dank?
De beperking van een concurrentiebeding
Een ex-franchisenemer heeft een non-concurrentiebeding in zijn franchiseovereenkomst, die hem verbiedt om tijdens en gedurende twee jaren na de beëindiging van de franchiseovereenkomst een samenwerkin
Koppeling franchiseovereenkomst/onderhuurovereenkomst
Franchiseovereenkomsten en onderhuurovereenkomsten dienen op adequate wijze aan elkaar te zijn gekoppeld. Immers, de onderhuurovereenkomst wordt beheerst door dwingend huurrecht. Hier kan niet zomaar