Verschoonbare inbreuk op de rayonexclusiviteit
Recentelijk oordeelde de rechtbank Rotterdam over een kwestie ter zake inbreuk op de overeengekomen rayonexclusiviteit. In de franchiseovereenkomst was opgenomen dat de franchisenemer het exclusief recht genoot op het uitbaten van de formule binnen een straal van 15 kilometer van zijn vestigingspunt. Feitelijk bevonden zich echter diverse vestigingen van de franchisegever binnen de straal van 15 kilometer. Franchisenemer stelde door deze inbreuk schade te leiden. Franchisenemer vorderde in kort geding een verbod daartoe onder verbeurte van een dwangsom. De rechtbank oordeelt dat de vermeende schade door de franchisenemer niet of onvoldoende is onderbouwd en daarmee geen sprake is van enig spoedeisend belang om in kort geding een dergelijke vordering in te stellen. Voorts overweegt de rechtbank dat aan de exclusiviteit feitelijk geen gevolg werd gegeven en de franchisenemer dat ook wist. De franchisenemer had bovendien verzuimd tijdig te protesteren. De vorderingen van de franchisenemer werden integraal afgewezen.
Het vorenstaande houdt in dat franchisenemers zich niet lichtvaardig zonder gegrond belang kunnen beroepen op bepalingen in de franchiseovereenkomst indien partijen feitelijk en langdurig anders handelen. De normoverschrijding kan in die gevallen verschoonbaar zijn. Voor franchisegevers geldt aldus dat handhaving van normoverschrijding gemakkelijker is naarmate de bepalingen in de praktijk strikter worden nageleefd en het beleid daartoe duidelijk is. Voor franchisenemers geldt in het bijzonder dat er tijdig dient te worden geprotesteerd.
Mr J. Sterk – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten,franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar info@ludwigvandam.nl

Andere berichten
De Hoge Raad stelt zware eisen aan franchiseprognoses
Een uitspraak van de Hoge Raad van vrijdag jl. werpt nieuw ligt op het verstrekken van winst- en omzetprognoses aan aspirant-franchisenemers.
Inbreuk op exclusief verzorgingsgebied door franchisegever in verband met formulewijziging d.d. 27 februari 2017
Op 30 januari 2017 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2017:688 (Intertoys/franchisenemer) de vraag voorgelegd gekregen hoe omgegaan moet worden met het
Prognoses bij startup franchiseformule
Het gerechtshof Amsterdam oordeelde op 14 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:455 (Tot Straks/franchisenemer) over de vraag of de franchisegever een ondeugdelijke prognose verschaft had en de
Verplicht overdragen franchiseonderneming aan franchisegever?
De rechtbank Amsterdam heeft op 23 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:412 (CoffeeCompany/Dam Spirit B.V.) een vonnis gewezen over de vraag of een franchisenemer bij een beëindiging van de samenwerking
Overdracht klantendata aan franchisegever
Het gerechtshof Amsterdam oordeelde in het arrest van 10 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:68 (OnlineAccountants.nl) onder meer over de vraag hoe klantendata moet worden overgedragen.
Uitverkoop bij bedrijfsbeëindiging franchisenemer – wie krijgt de uitverkoopopbrengst?
In het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland d.d.12 oktober 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:5061 (Bewindvoerder/Expert Groep en Rabobank) stond de vraag centraal of de franchisegever tezamen met de bank



