Vrijwaring I
Menig franchisecontract bevat bedingen die de franchisegever moet vrijwaren voor gedragingen van de franchisenemer. Niet zelden is een dergelijke clausule dusdanig algemeen en rigide van aard dat de franchisenemer welbeschouwd dient in te staan voor zaken die hem eenvoudigweg niet vallen aan te rekenen. Een voorbeeld hiervan is het instaan voor iedere aansprakelijkheid die rechtstreeks ontstaat tussen de consument en de franchisenemer. Een dergelijke bepaling is in zijn algemeenheid te verstrekkend. Deze verstrekkendheid kan bijvoorbeeld betrekking hebben op productaansprakelijkheid. Indien de franchisenemer een product verkoopt aan de consument waaraan gebreken kleven, dan betekent dit niet zonder meer dat de franchisenemer hoeft in te staan voor de ondeugdelijkheid ervan.
Weliswaar kan de franchisenemer rechtstreeks door de consument worden aangesproken, maar op grond van productaansprakelijkheid is de producent en/of leverancier van het product in kwestie wel degelijk (voorts) aansprakelijk voor het ondeugdelijk geleverde product. Dit kan de franchisegever zijn, dan wel een door de franchisegever aangewezen leverancier. De aansprakelijkheid van de franchisegever kan in de praktijk nog worden verzwaard vanwege het feit dat de franchisenemer het product in kwestie eenvoudigweg moest afnemen bij de franchisegever of bij een door de franchisegever aangegeven leverancier, op grond van een exclusieve afnamebepaling. Alsdan heeft de franchisenemer derhalve geen keuzemogelijkheid gehad met betrekking tot het betrekken van het product. Onder die omstandigheden is welbeschouwd de franchisegever degene die voor het probleem dient op te draaien, dan wel de door de franchisegever aangegeven leverancier.
Franchisegever en franchisenemer dienen zich van tevoren goed te realiseren dat vrijwaringsbedingen zorgvuldig en genuanceerd van aard dienen te zijn en voorts idealiter een zekere mate van tweezijdigheid bevatten. Dit maakt het inroepen ervan onder concrete omstandigheden veel reëler en is derhalve voor de franchisepraktijk ook veel werkbaarder. De volgende keer zal nader worden ingegaan op vrijwaringsbedingen met betrekking tot niet-behaalde exploitatieprognoses.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Supermarktbrief – 18
Kan een ondernemer verplicht worden een andere supermarktformule te gaan exploiteren?
Artikel in Entree: “Nieuwe eigenaar”
“De horecaonderneming waar ik werk is overgenomen. De nieuwe eigenaar zegt nu dat ik niet meer voor hem hoef te werken, maar kan hij mij als werknemer weigeren?”
Bestuurdersaansprakelijkheid bij afwikkeling franchiseovereenkomst
Kan in privé de bestuurder van een franchisenemer-rechtspersoon aansprakelijk zijn jegens de franchisegever, indien de franchisenemer-rechtspersoon ten onrechte zaken niet aan de franchisegever
Artikel in Entree: “Huurprijzen”
“De verhuurder verhoogde jaarlijks de prijzen van het pand, maar sinds 2 jaar doet hij dit niet meer, misschien vergeet hij het wel. Mag hij een achterstallig bedrag later alsnog opeisen?”
Column Franchise + – mr. Th.R. Ludwig: “Op weg naar risicoaansprakelijkheid”
Onlangs heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een prognosekwestie.
Geen geldig beroep op non-concurrentiebeding bij franchising
De voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland heeft op 28 februari 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:1469, beslist over de vraag of een franchisenemer gehouden kon worden aan een non-concurrentiebeding.





