Vrijwaring I
Menig franchisecontract bevat bedingen die de franchisegever moet vrijwaren voor gedragingen van de franchisenemer. Niet zelden is een dergelijke clausule dusdanig algemeen en rigide van aard dat de franchisenemer welbeschouwd dient in te staan voor zaken die hem eenvoudigweg niet vallen aan te rekenen. Een voorbeeld hiervan is het instaan voor iedere aansprakelijkheid die rechtstreeks ontstaat tussen de consument en de franchisenemer. Een dergelijke bepaling is in zijn algemeenheid te verstrekkend. Deze verstrekkendheid kan bijvoorbeeld betrekking hebben op productaansprakelijkheid. Indien de franchisenemer een product verkoopt aan de consument waaraan gebreken kleven, dan betekent dit niet zonder meer dat de franchisenemer hoeft in te staan voor de ondeugdelijkheid ervan.
Weliswaar kan de franchisenemer rechtstreeks door de consument worden aangesproken, maar op grond van productaansprakelijkheid is de producent en/of leverancier van het product in kwestie wel degelijk (voorts) aansprakelijk voor het ondeugdelijk geleverde product. Dit kan de franchisegever zijn, dan wel een door de franchisegever aangewezen leverancier. De aansprakelijkheid van de franchisegever kan in de praktijk nog worden verzwaard vanwege het feit dat de franchisenemer het product in kwestie eenvoudigweg moest afnemen bij de franchisegever of bij een door de franchisegever aangegeven leverancier, op grond van een exclusieve afnamebepaling. Alsdan heeft de franchisenemer derhalve geen keuzemogelijkheid gehad met betrekking tot het betrekken van het product. Onder die omstandigheden is welbeschouwd de franchisegever degene die voor het probleem dient op te draaien, dan wel de door de franchisegever aangegeven leverancier.
Franchisegever en franchisenemer dienen zich van tevoren goed te realiseren dat vrijwaringsbedingen zorgvuldig en genuanceerd van aard dienen te zijn en voorts idealiter een zekere mate van tweezijdigheid bevatten. Dit maakt het inroepen ervan onder concrete omstandigheden veel reëler en is derhalve voor de franchisepraktijk ook veel werkbaarder. De volgende keer zal nader worden ingegaan op vrijwaringsbedingen met betrekking tot niet-behaalde exploitatieprognoses.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Overdracht klantendata aan franchisegever
Het gerechtshof Amsterdam oordeelde in het arrest van 10 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:68 (OnlineAccountants.nl) onder meer over de vraag hoe klantendata moet worden overgedragen.
Uitverkoop bij bedrijfsbeëindiging franchisenemer – wie krijgt de uitverkoopopbrengst?
In het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland d.d.12 oktober 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:5061 (Bewindvoerder/Expert Groep en Rabobank) stond de vraag centraal of de franchisegever tezamen met de bank
Column Franchise+ – mr. Th.R. Ludwig: “Rechter: zorgplicht franchisegever vergelijkbaar met die van een bank”
Diverse uitspraken in 2016 hebben duidelijk gemaakt hoe hoog de zorgvuldigheidsnorm voor een franchisegever jegens zijn franchisenemers ligt.
Gebruik van internet en sociale media: rechter verruimt mogelijkheden franchisenemers
De franchisenemer mag in beginsel niet worden verboden een eigen website te hebben om zijn producten of diensten tevens of zelfs uitsluitend via internet te verkopen.
Artikel in Entree: “Planschade”
“Doordat de gemeente van alles onderneemt en verbouwt in de omgeving van mijn zaak, heb ik nadeel en lijd ik schade. Kan ik die verhalen?”
Artikel in Entree: “Geurregels”
“Ik heb last van de geur die de naastgelegen horecazaak produceert. Kan ik hier iets tegen doen?”.



