Geldt een overeengekomen huurprijsindexering altijd?

Door Gepubliceerd Op: 13-10-2023Categorieën: Huurrecht en franchise, Uitspraken & actualiteiten

Veel ondernemers zijn begin dit jaar geconfronteerd met een aanzienlijke huurprijsverhoging. Dit kwam omdat in veel huurovereenkomsten voor bedrijfsruimte de jaarlijkse huurverhoging gekoppeld is aan het inflatiecijfer. Een huurverhoging van tussen de 10 en 14 procent was dan ook niet ongebruikelijk. Dit leidde en leidt nog steeds tot veel discussie tussen huurders en verhuurders. In een recent aan de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag (4 mei 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8786) voorgelegde kwestie kwam de rechter tot het oordeel dat de huurprijsverhoging van 14,5% onrealistisch hoog was.

De rechter komt mede tot dit oordeel gelet op het feit dat het CBS vanaf juni 2023 een nieuwe methode toepast om energieprijzen voor consumenten te meten. Als gevolg hiervan vindt een aanzienlijke aanpassing plaats van de CPI van het CBS. Het CBS geeft aan dat de tot juni 2023 gepubliceerde uitkomsten van de CPI en de inflatie niet worden herzien. Dat het CBS de nieuwe methode pas met ingang van juni 2023 zou gaan toepassen, wil volgens de rechter niet zeggen dat nog altijd de oude methode moet worden gehanteerd voor de periode daaraan voorafgaand.

De rechter oordeelde dat een huurprijsindexering op basis van de wijziging van de CPI van het CBS niet verhoogd kon worden. De huurprijsverhoging was onrealistisch hoog.

In de huurovereenkomst was opgenomen dat de huurprijs jaarlijks werd geïndexeerd conform de veelgebruikte indexeringsclausule. De indexatie vond plaats op basis van de wijziging van de CPI van het CBS. Op basis daarvan zou de huurprijs verhoogd worden met 14,5% met ingang van 1 januari 2023. Huurder weigerde echter deze verhoging te betalen. Verhuurder heeft huurder daarom gedagvaard.

Het CBS had inmiddels medegedeeld dat zij een nieuwe berekeningsmethode voor de huurprijsindexatie had vastgesteld, waardoor er een lager percentage zou gelden met ingang van juni 2023. Op grond daarvan oordeel de rechter dat een huurprijsverhoging vanaf 1 januari 2023 op grond van de dan geldende CPI van het CBS niet realistisch is. Volgens de rechter is namelijk op voorhand voldoende aannemelijk dat de toepassing van de oude berekeningsmethode per 1 januari 2023 tot een te hoog, niet reëel prijsindexcijfer heeft geleid.

De vordering van de verhuurder tot verhoging van de huurprijs aan de hand van de indexering op basis van de wijziging van de CPI van het CBS werd door de rechter afgewezen.

Uit deze uitspraak volgt dat een overeengekomen huurprijsindexering niet onaantastbaar is, ondanks dat het zwart op wit afgesproken is. Deze uitspraak biedt daarom mogelijkheden om (opnieuw of alsnog) in gesprek te gaan met uw verhuurder om tot een redelijke huurverhoging te komen. Uiteraard zijn wij graag bereid u daarin bij te staan.

Mr. M. (Maaike) Munnik – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren?
Ga naar munnik@ludwigvandam.nl

mr. M. Munnik
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar munnik@ludwigvandam.nl
Download dit artikel

Andere berichten

Overschot in marketingfonds: kan de franchisenemer schadevergoeding eisen?

De Rechtbank Noord-Holland heeft op 23 september 2026 (ECLI:NL: RBNHO:2026:13072) ...

Geen verantwoording over marketingbijdrage: mag de franchisenemer betaling opschorten?

De Rechtbank Amsterdam heeft op 24 augustus 2026 een interessante ...

Cyberbeveiligingswet en franchise: wanneer wordt de franchisegever ICT-dienstverlener?

Sinds 15 augustus 2026 is de Cyberbeveiligingswet van kracht. De ...

Tussentijdse beëindiging franchise: niet alle resterende franchisefees zijn automatisch schade

Wat is de schade van een franchisegever wanneer een franchisenemer ...

Ga naar de bovenkant