Artikel De Nationale Franchise Gids: “Verplichting tot herinvesteringen voor franchisenemers kent grenzen” – d.d. 13 oktober 2020 – mr. R.C.W.L. Albers

In de praktijk komt het geregeld voor dat franchisegevers ervoor kiezen om hun franchiseformule en de daarbij passende uitstraling te vernieuwen. Remodeling, formule-updates en herinvesteringen zijn een must voor de doorontwikkeling van de formule. In het kader van de uniformiteit is het ook wenselijk dat alle franchisenemers zich daaraan conformeren. Echter, in hoeverre kan een franchisegever dat verplichten? En wat verandert daarin na de invoering van de Wet franchise?

Te vage afspraken
Wet of geen wet, het belangrijkste uitgangspunt hierin blijft de formulering van de eventuele afspraken waar de franchisegever zich op beroept. Zonder een helder ingekaderd en ondubbelzinnige afspraak (in de franchiseovereenkomst) is de kans groot dat een franchisegever ook nu al bot vangt als hij een franchisenemer verzoekt om kosten te maken om te (her-)investeren. Zeker als dat aanzienlijke kosten met zich meebrengt, is een te algemene formulering te vaag om af te kunnen dwingen.

Geen wanprestatie franchisenemer
In een recente uitspraak van de voorzieningenrechter te Amsterdam liep Blokker daardoor tegen de lamp. De voorzieningenrechter oordeelde dat een franchisenemer van Blokker niet verplicht is tot vernieuwing van de winkel volgens de nieuwste formule-uitgangspunten, zoals door Blokker werd opgedragen. Blokker had een nieuwe huisstijl ontwikkeld genaamd “Alles in Huis” en stelde dat de franchisenemer verplicht is over te gaan tot de daarmee gepaarde aanpassingen en gemoeide investeringen. De rechter oordeelde anders.

Omdat de franchisenemer weigerde had Blokker de franchiseovereenkomst beëindigd, maar de rechter oordeelde dat Blokker daartoe niet gerechtigd was. Van wanprestatie door de franchisenemer was geen sprake. Het was volgens de rechter onvoldoende dat de franchiseovereenkomst bepalingen bevatte die er, kort gezegd, op neerkomen dat de franchisenemer aanwijzingen van Blokker moet opvolgen en dat hij zijn winkel up-to-date moet houden.

Saillant detail daarbij is dat de rechter verwijst naar de nog niet van toepassing zijnde Wet franchise waarin het nodige geregeld is omtrent de verplicht door franchisegevers te verstrekken informatie en de wijze waarop partijen met elkaar om dienen te gaan.

De Wet franchise stelt verdere grenzen
Met de invoering van de Wet franchise worden hier nog verdere beperkingen aan gesteld. Op grond van de Wet franchise dient een franchisegever namelijk bij wijzigingen van de formule al toestemming te verkrijgen van de betreffende franchisenemer (of de meerderheid van alle franchisenemers) als die wijziging leidt tot een investering van bij wijze van spreken enkele euro’s.

De toestemming is alleen dan niet vereist als de franchisegever en de franchisenemer gezamenlijk hebben afgesproken dat onder een bepaald bedrag (drempelwaarde) geen toestemming gevraagd behoeft te worden. Deze drempelwaarden mogen overigens niet onrealistisch hoog worden ingezet zoals blijkt uit de Memorie van toelichting op de Wet franchise. Dit is namelijk in strijd met goed franchisegeverschap.

De betreffende verplichting uit de Wet franchise geldt direct voor franchiseovereenkomsten die na 1 januari 2021 worden gesloten. Bestaande franchiseovereenkomsten dienen uiterlijk 1 januari 2023 hieraan te voldoen.

Conclusie
Franchisegevers doen er daarom goed aan om tijdig met hun franchisenemers heldere afspraken te maken om te voorkomen dat de uniformiteit van de formule in het gedrang komt, omdat franchisenemers niet zomaar verplicht kunnen worden om mee te werken aan een opfrisbeurt. Zeker als de huidige bepalingen hieromtrent onduidelijk zijn is voortvarendheid vereist.

Mr. R.C.W.L. Albers – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren?  Ga naar albers@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Overeenkomsten die samenhangen met de franchiseovereenkomst

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 31 oktober 2017 voor negentien franchisenemers gelijkluidende arresten gewezen (ECLI:NL:GHARL:2017:9453 t/m ECLI:NL:GHARL:2017:9472).

Column Franchise+ – mr. J. Sterk – “Franchisenemer doet bodycheck beter dan franchisecheck”

Een sportschool gaat in zee met een franchiseconcept dat in samenwerking met zorgverzekeraars “Bodychecks” en kortingen aanbiedt aan (potentiële) leden.

Seminar mrs. J. Sterk en M. Munnik – Donderdag 2 november 2017: “Belangrijke juridische ontwikkelingen voor franchisegevers”

Advocaten Jeroen Sterk en Maaike Munnik van Ludwig & Van Dam Advocaten praten u bij over de status van en de ontwikkelingen rondom De Nederlandse Franchise Code en de Wet Acquisitiefraude.

Door Jeroen Sterk|02-11-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |

Goodwill bij einde franchiseovereenkomst

In een kwestie bij het gerechtshof Amsterdam 26 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3900 (Seal & Go) vorderde een franchisenemer een vergoeding van goodwill (ex artikel 7:308 BW) nadat de

Doorbelasting te hoge kostprijs als verborgen franchise fee

Uit een tussenvonnis van de rechtbank Den Haag van 30 augustus 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10597 (Happy Nurse) blijkt dat de rechtbank zich gebogen heeft over de vraag of de door de franchisegever aan de

Ga naar de bovenkant