Bewezen succesformule – een vervolg
De laatste maanden komt het helaas weer steeds vaker voor dat franchisenemers in de problemen komen als gevolg van, kort gezegd, een franchiseformule die er op papier goed uitzag, doch in de praktijk niet bleek te werken. Veelal betreft het dan kleine franchise-organisaties in de opstartfase, meestal al het eerste jaar van hun bestaan. De oorzaak van de problemen is dan veelal te vinden in het gegeven dat de betrokken franchisegever hetzij zelf net in de branche is begonnen, hetzij daar al wat langer in werkzaam is, doch geen ervaring heeft met franchising. Door eigen ondernemerschap, en wellicht een dosis geluk, lukt het de betrokken franchisegever dan wel om zijn eigen bedrijf op poten te zetten en te houden, de franchisenemers echter worden nogal eens geconfronteerd met een concept dat gekoppeld aan hun persoon totaal niet werkt. Een en ander vertaalt zich dan in het behalen van nagenoeg geen omzet en forse verliezen.
De Europese Erecode inzake Franchising, een gedragscode waaraan alle bij de Nederlandse Franchisevereniging aangesloten franchisegevers zich dienen te houden, doch waarvan het zeer sterk aanbeveling verdient ook ten behoeve van niet leden de aanwijzingen daarin op te volgen, bepaalt dat, voordat een concept of formule door middel van franchise-overeenkomsten aan franchisenemers wordt aangeboden, er sprake dient te zijn van een bewezen succesformule, een track-record derhalve. Dat track-record kan worden bereikt bijvoorbeeld door het gedurende langere tijd exploiteren van een pilot store, een proefproject als het ware, aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of, los van de persoon van de franchisegever, het concept daadwerkelijk kan functioneren. Alsdan kan er sprake zijn van een bewezen succesformule en alleen dan kunnen tegenvallers al hierboven bedoeld, met vaak zeer verstrekkende negatieve gevolgen voor de franchisenemers, doch ook voor de franchisegever, worden voorkomen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Franchisenemer mag assortiment vreemd inkopen na verplichte formulewijziging – 6 juni 2019 – mr. J.A.J. Devilee
De rechtbank Oost-Brabant heeft zich onlangs in kort geding gebogen over een belangwekkende kwestie waarin een franchisenemer geheel onvrijwillig een alternatieve formule opgedrongen heeft gekregen.
Hoe behoud ik mijn vestigingsplaats? – 6 juni 2019 – mr. K. Bastiaans
Voor franchisegevers en franchisenemers is, met name in de detailhandel, de vestigingsplaats van groot belang.
Supermarktbrief – 25
Supermarktnieuwsbrief nr. 25
De toetsingsmaatstaf voor franchiseprognoses – d.d. 29 mei 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Het hof Den Bosch heeft op 19 maart 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1037, de rechtspraak van de Hoge Raad over prognose bij franchising op een rij gezet.
Arbitrage binnen franchise: een te hoge drempel? – mr. M. Munnik
Bij het aangaan van een overeenkomst is het voor partijen mogelijk – in afwijking van de wet - om een bevoegde rechter aan te wijzen. Dit geldt ook voor de franchiseovereenkomst. Van deze mogelijkheid
Beroep franchisenemer op dwaling wegens ondeugdelijke prognoses en gebrek aan ondersteuning verworpen – d.d. 25 april 2019 – mr. K. Bastiaans
Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde (ECLI:NL:GHSHE:2019:697) over de vraag of het enkele feit dat prognoses niet zijn uitgekomen, de conclusie rechtvaardigt dat de franchisenemer tekort is gedaan...



