Concurreren zonder concurrentiebeding?
De non-concurrentieverplichting bij franchise blijft een bron van geschillen. Het gerechtshof ‘s-Hertogenbosch oordeelde 27 mei 2014 (ECLI:NL:GHSHE:2014:1502) over een kwestie waarbij onder meer de vraag aan de orde kwam concurrerende activiteiten toegestaan waren, omdat er geen non-concurrentiebeding overeengekomen was.
Een franchiseondernemer van een uitvaartonderneming verkoopt zijn onderneming aan een ander. De koper sluit een franchiseovereenkomst met de franchisegever. Na enige tijd blijkt dat de verkoper uitvaarten regelt in het gebied waar hij ook vóór de verkoop van zijn onderneming actief was.
Het gerechtshof is, evenals de rechtbank, van oordeel dat de verkoper geen uitvaarten mocht regelen en de winst erop mocht houden. De verkoper had immers juist dat stuk van de onderneming voor goed geld verkocht aan de koper. Uit de eisen van redelijkheid en billijkheid vloeit voort dat de verkoper zich moet onthouden van concurrentie met de onderneming die hij heeft verkocht. Dit geldt ook indien, zoals hier, partijen geen concurrentiebeding in de koopovereenkomst hebben opgenomen.
De verkopende partij is zelf een van de vennoten van de franchisegever. De franchisegever is namelijk een vennootschap onder firma. De franchiseovereenkomst verbiedt de franchisegever om voor een bepaald gebied franchiseovereenkomsten met andere franchisenemers te sluiten. Daarom gold temeer dat de concurrerende activiteiten van de verkoper binnen het rayon onacceptabel waren.
Uit deze kwestie blijkt wederom het belang van heldere afspraken. Bij de overdracht van franchiseondernemingen is het verstandig altijd iets af te spreken over het onderwerp concurrentie. Zelfs als overeengekomen wordt dat er geen concurrentiebeperking geldt, dan is het zaak ook dat vast te leggen.
Mr A.W. Dolphijn – Franchise advocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten,franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Mail naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchisenemer mag assortiment vreemd inkopen na verplichte formulewijziging – 6 juni 2019 – mr. J.A.J. Devilee
De rechtbank Oost-Brabant heeft zich onlangs in kort geding gebogen over een belangwekkende kwestie waarin een franchisenemer geheel onvrijwillig een alternatieve formule opgedrongen heeft gekregen.
Hoe behoud ik mijn vestigingsplaats? – 6 juni 2019 – mr. K. Bastiaans
Voor franchisegevers en franchisenemers is, met name in de detailhandel, de vestigingsplaats van groot belang.
Supermarktbrief – 25
Supermarktnieuwsbrief nr. 25
De toetsingsmaatstaf voor franchiseprognoses – d.d. 29 mei 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Het hof Den Bosch heeft op 19 maart 2019, ECLI:NL:GHSHE:2019:1037, de rechtspraak van de Hoge Raad over prognose bij franchising op een rij gezet.
Arbitrage binnen franchise: een te hoge drempel? – mr. M. Munnik
Bij het aangaan van een overeenkomst is het voor partijen mogelijk – in afwijking van de wet - om een bevoegde rechter aan te wijzen. Dit geldt ook voor de franchiseovereenkomst. Van deze mogelijkheid
Beroep franchisenemer op dwaling wegens ondeugdelijke prognoses en gebrek aan ondersteuning verworpen – d.d. 25 april 2019 – mr. K. Bastiaans
Het Hof ’s-Hertogenbosch oordeelde (ECLI:NL:GHSHE:2019:697) over de vraag of het enkele feit dat prognoses niet zijn uitgekomen, de conclusie rechtvaardigt dat de franchisenemer tekort is gedaan...



