Franchisenemer verplicht meewerken aan formulewijziging?

Franchisenemer verplicht meewerken aan formulewijziging? 

De voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam heeft zich op 24 maart 2017,  ECLI:NL:RBAMS:2017:1860, wederom gebogen over de kwestie waarbij Intertoys de winkels van Bart Smit wenst om te bouwen tot Intertoys-winkels. Niet alleen vorderde een Intertoys-franchisenemer de voorgenomen formulewijziging in zijn exclusieve verzorgingsgebied te staken, maar de franchisegever vorderde daar tegenover ook dat de Intertoys-franchisenemer aan de formulewijziging moet meewerken. 

Inbreuk op exclusief verzorgingsgebied 

Al eerder, bij vonnis van 27 januari 2017, had de voorzieningenrechter bij de rechtbank Noord-Holland in een soortgelijke zaak geoordeeld dat het Intertoys verboden is om in een exclusief verzorgingsgebied van een Intertoys-franchisenemer een Bart Smit-winkel om te bouwen tot een Intertoys-winkel (zie voor die uitspraak hier). 

Naar aanleiding daarvan heeft Intertoys de nodige maatregelen getroffen en de formulewijziging voorlopig gestaakt. Zij heeft verder verklaard dat zij zich jegens de Intertoys-franchisenemers aan de opgelegde verboden zal houden totdat er – kort gezegd – met haar afspraken zijn gemaakt of via een rechter anderszins duidelijkheid is verkregen. 

Tegenover deze toezeggingen staat dat er geen sprake (meer) is van een voldoende concrete dreiging dat Intertoys inbreuk zal maken op de exclusiviteitsrechten van de Intertoys-franchisenemer in kwestie, aldus de voorzieningenrechter. De Intertoys-franchisenemer had dus onvoldoende belang en de vordering werd dan ook afgewezen. 

Meewerken aan formulewijziging? 

De tegenvordering van de franchisegever was om de Intertoys-franchisenemer te veroordelen om in overleg te treden over een regeling die het mogelijk maakt dat de Bart Smit-winkels in het exclusiviteitsgebied van de franchisenemer omgebouwd kunnen worden naar Intertoys-winkels, zonder dat Intertoys-franchisenemer daar onder de streep een negatieve impact van ondervindt.

De voorzieningenrechter oordeelt dat de franchisenemer niet voldoende aannemelijk heeft kunnen maken dat de franchisenemer in afwijking van het uitgangspunt dat het exclusieve verzorgingsgebied gerespecteerd moet worden, genoegen moet nemen met een vorm van schadevergoeding. 

Er zijn echter omstandigheden denkbaar, zoals deze voorzieningenrechter overweegt en de voorzieningenrechter in Noord-Holland reeds heeft overwogen, dat een franchisenemer de toestemming voor een ombouw van een Bart Smit-winkel naar een Intertoys-winkel in zijn exclusieve verzorgingsgebied naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet (meer) kan weigeren. Dat zou het geval kunnen zijn als voor die ombouw een bedrijfseconomische noodzaak bestaat. Intertoys stelt wel dat bedrijfseconomische omstandigheden een collectieve herstructurering vergen zoals zij in gang heeft gezet, maar zij heeft die stelling vooralsnog niet voldoende gestaafd. Zo zijn terechte vragen opgeworpen, zoals over de mogelijkheid om de Bart Smit-winkels te sluiten. Ook is het mogelijk dat de redelijkheid en billijkheid in een franchiseverhouding meebrengen dat een franchisenemer zich uiteindelijk voegt naar de loop en resultaten van een door de franchisegever geïnitieerd collectief proces van consultatie van en besluitvorming met alle franchisenemers. Intertoys kan echter niet het onderwerp van overleg vooraf beperken tot de vraag hoe de schadevergoedingsregeling eruit zou moeten zien. Ook de tegenvordering van de franchisegever wordt dus afgewezen. 

Formulewijzigingen blijven lastig en het is een zorgvuldig proces. Onmogelijk is het zeker niet, maar de belangen van de betrokken franchisenemers die daardoor gedupeerde zouden kunnen worden, dienen zeker niet veronachtzaamd te worden. 

Mr. A.W. Dolphijn – Franchiseadvocaat 

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. 

Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl.

Andere berichten

Franchise & Recht nr. 5 – Wet Acquisitiefraude en franchising

Per 1 juli 2016 is de Wet Acquisitiefraude ingevoerd. Hiermee zijn onder meer wijzigingen aangebracht in artikel 6:194 BW.

Door Ludwig en van Dam|10-08-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , , |

Moet een franchisenemer een nieuw model-franchiseovereenkomst accepteren?

De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2457 in kort geding geoordeeld over de vraag of franchisegever Bram Ladage de franchiseovereenkomst met haar franchisenemer had

Verplichte (marktconforme) inkoopprijzen voor franchisenemers

In hoeverre kan een franchisegever afspraken wijzigen over de (marktconforme) inkoopprijzen van de goederen die de franchisenemers verplicht zijn in te kopen?

Bestuurdersaansprakelijkheid van een franchisenemer na falend beroep op ondeugdelijke prognose.

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 11 juli 2017 een beslissing genomen over de vraag of de franchisegever met succes de bestuurder van een b.v. kon aanspreken voor het niet-nakomen van de

Aansprakelijkheid accountant voor opgestelde prognose?

In een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3153, was aan de orde dat franchisenemers de accountant van de franchisegever verweten aansprakelijk te zijn

Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?

In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.

Ga naar de bovenkant