Franchisenemers Sandd vinden definitieve erkenning in uitspraak CBb
Op 2 december 2025 wees het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) ECLI:NL:CBB:2025:629 over de vraag of de ACM in 2019 terecht geweigerd had om een vergunning te verlenen voor de overname van Sandd door PostNL. De toenmalige staatssecretaris verwierp dat verbod door gebruik te maken van artikel 47 van de Mededingingswet. De fusie ging daarom dus gewoon door. De fusie had volgens het CBb niet mogen plaatsvinden, omdat PostNL ook zonder overname “onder economisch aanvaardbare omstandigheden” de universele postdienst kon blijven uitvoeren. Het beroep van de toenmalige staatssecretaris op artikel 47 van de Mededingingswet was dus ten onrechte.
Tijdens deze complexe en maatschappelijk relevante zaak trad Ludwig & Van Dam Advocaten op namens de Vereniging van Sandd-franchisenemers. Deze franchisenemers hadden jarenlang meegebouwd aan de bezorgstructuur van Sandd en werden direct geraakt door zowel de overname als het juridische en politieke proces dat daarop volgde. Voor hen was de kernvraag: was het besluit om de overname toe te staan wel rechtmatig? In 2019 en 2020 voerde mr. A.W. Dolphijn namens de franchisenemers procedure, onder meer tegen de door de minister verleende fusievergunning. Eerder schreven wij daarover:
- “Ludwig & Van Dam Advocaten staat franchisenemers Sandd bij” (2019)
- “Franchisenemers Sandd vinden genoegdoening in vernietiging fusie Sandd en PostNL” (2020)
De nieuwe uitspraak van het CBb bevestigt in hoger beroep dat de toezichthouder (ACM) de overname in 2019 terecht had geweigerd én dat de rechtbank de ministeriële vergunning ex artikel 47 van de Mededingingswet terecht vernietigde.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Hoge Raad bevestigt toestaan verkoop franchisenemer buiten exclusief rayon
Franchisenemer acquireert en verkoopt buiten zijn rayon, in gebieden die nog niet zijn uitgegeven aan andere franchisenemers.
De nadere huurprijsvaststelling van bedrijfsruimte op verzoek van de verhuurder/franchisegever of de huurder/franchisenemer
Betaalt de (onder)huurder/franchisenemer nog wel een marktconforme huurprijs voor de gehuurde bedrijfsruimte?
Gedeeltelijke onverschuldigdheid entreegeld wegens uitblijven omzet en het niet leveren van contractuele prestaties door franchisegever
Franchisenemer beroept zich terecht op onvoorziene omstandigheden wegens het uitblijven van omzet en vordert succesvol matiging van het verschuldigde entreegeld.
Beëindiging franchiseovereenkomst leidt niet zonder meer tot beëindiging onderhuurovereenkomst
Franchisegever beëindigde de franchiseovereenkomst met de franchisenemer. In de franchiseovereenkomst was bedongen dat door beëindiging van de franchiseovereenkomst tevens de onderhuurovereenkomst zou
Ondanks tegenclaim franchisenemer gerechtvaardigde ontbinding franchisecontract door franchisegever
De Rotterdamse rechtbank heeft onlangs beslist dat betalingsachterstand van ruim € 80.000,-- voldoende is voor de franchisegever om de franchiseovereenkomst te ontbinden.
Een pand feitelijk gebruiken, maar dan zonder huurovereenkomst
In franchising komt het veelvuldig voor dat het bedrijfspand, van waaruit de franchisenemer zijn onderneming exploiteert