Franchiseovereenkomsten en de corona-crisis – d.d. 20 maart 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Een tijd van draconische maatregelen met verstrekkende gevolgen. Juridisch
is er veel onduidelijkheid, ook in franchiseverhoudingen. Enerzijds zijn er
gedwongen winkelsluitingen in de horeca. De franchisenemer kan dan niet aan
de verplichtingen uit de franchiseovereenkomst, zoals een afnameplicht,
voldoen. Anderzijds kampen bijvoorbeeld supermarktondernemers met een
explosieve vraag en tekorten in de schappen. De franchisegever kan in die
gevallen niet voldoen aan de vraag en wordt er niet geleverd op de
bestellingen. Extreme omstandigheden!
Extreme omstandigheden als overmacht?
Er zullen weinig franchiseovereenkomsten zijn waarin uitdrukkelijk
neergelegd is wat de rechten en plichten van partijen zijn in tijden van de
noodmaatregelen, zoals die thans aan de orde zijn. Toch is het evengoed
mogelijk dat er afspraken zijn neergelegd in de contracten. Op de eerste
plaats is het zaak de inhoud van de afspraken te onderzoeken. Voor wiens
risico komt de onmogelijkheid om na te komen?
Contractuele afspraken gaan in beginsel voor op de wet. Als er geen
afspraken zijn, dan geldt de wet. De wet bepaalt dat overmacht geen
wanprestatie oplevert.
“Een tekortkoming kan de schuldenaar niet worden toegerekend, indien zij
niet is te wijten aan zijn schuld, noch krachtens wet, rechtshandeling of
in het verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt.”
Als door een (nood)wet van de overheid een franchisecontract niet meer
uitgeoefend kan worden, dan kan er sprake zijn van overmacht. De
franchisenemer die verplicht is om de deuren van zijn winkel doordeweeks
open te houden (exploitatieplicht), kan dat moeilijk doen als een
noodmaatregel dit verbiedt. De franchisegever die de extreme vraag niet
aankan om praktische redenen, kan dat wellicht niet verweten worden.
Een (nood)wet kan overigens ook regels bevatten over hoe risico’s verdeeld
moeten worden en wanneer er een beroep op overmacht gedaan kan worden.
Verder kan de rechter gevraagd worden om in te grijpen en een mouw te
passen aan onvoorziene omstandigheden.
Onder omstandigheden kan, ondanks dat er sprake is van overmacht, toch een
verplichting uit de overeenkomst opgeschort worden, of kan een overeenkomst
tussentijds beëindigd worden. Dit hangt sterk af van de omstandigheden van
het geval.
Wat te doen bij extreme omstandigheden
Het hang helemaal af van de contractuele afspraken en de specifieke
omstandigheden, maar een leidraad is de volgende:
1. Zoek uit of er overmachtsbepalingen zijn;
2. Doet u een beroep op overmacht: deel aan de contractuele wederpartij
(gemotiveerd) mede dat er sprake is van overmacht en er niet kan worden
nagekomen;
3. Wordt u geconfronteerd met een beroep op overmacht: vraag hoe lang er
niet nagekomen zal kunnen worden;
4. Valt schade onder een verzekering?
5. Overwogen kan worden te bezien of verplichtingen uit het contract
opgeschort kunnen worden;
6. Overwogen kan worden te bezien of het contract ontbonden kan worden;
7. Ga het gesprek aan en voer overleg!
Het is zaak om omzichtig te handelen en een redelijke opstelling wordt van
iedereen gevergd! Voor nadere informatie kunt u ons te allen tijde
raadplegen.
Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt
u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Eenzijdige collectieve fee-verhoging door franchisegever ongeoorloofd
In een belangwekkende uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 april 2014, lag de vraag voor of een franchisegever een verhoging van een bijdrage mocht doorvoeren.
Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN) voert nader overleg met de Minister
Op 16 april 2014 heeft het al aangekondigde gesprek tussen de Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN), en het Ministerie van Economische Zaken plaatsgevonden.
Exoneratie zorgplicht bij prognose franchisegever
In een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 april 2014, kwam de interessante vraag aan de orde of een samenwerking als franchise gekwalificeerd diende te worden.
Concurrentiebeding sneuvelt in kort geding
Onlangs oordeelde de voorzieningenrechter te Rotterdam dat een franchisenemer niet gehouden was aan het in de franchiseovereenkomst opgenomen concurrentiebeding.
Voorschot op schadevergoeding na ondeugdelijke prognose
In een fraai gemotiveerd kort gedingvonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 9 april 2014 was aan de orde de vraag of een voorschot betaald diende te worden op de schadestaatprocedure.
Afhaalpunt vereist winkelbestemming
In mijn supermarktnieuwsbrief van 11 juli 2013 voorspelde ik al dat het vestigen van afhaalpunten voor via internet bestelde goederen de gerechtelijke pennen wel in beweging zou brengen.