Franchiseraadreglementen
In de praktijk circuleren diverse vormen van overleg tussen franchisegever en franchisenemer. Veelal is dit overleg gestructureerd vormgegeven in de vorm van een bijbehorend reglement. Deze reglementen kennen we in vele soort en maten.
Een goed franchiseraadreglement wordt gekenmerkt door de mogelijkheid een evenredige en eventueel regionale vertegenwoordiging te laten deelnemen in de franchiseraad. Idealiter kunnen deze leden van de franchiseraad door de eigen achterban worden voorgedragen of gekozen. Het is echter bepaald overdreven reglementen al te uitgebreid op te tuigen. Een goed franchiseraadreglement is niet meer dan een vehikel om de franchiseraad goed te laten functioneren. Voorkomen dient te worden dat al te enthousiast opgetuigde franchiseraadreglementen uitmonden in oeverloze vergadersessies, zowel landelijk als regionaal. De vraag rijst wie daar dan baat bij heeft. Centraal in diverse franchisereglementen staat voorts de bevoegdheid van de raad zelf. Heeft de franchiseraad een adviesbevoegdheid of kan zij ook daadwerkelijk beslissingen forceren door middel van verregaande zeggenschap of bijvoorbeeld een vetorecht.
Hieraan gekoppeld speelt voorts het beginsel van de vertegenwoordigingsbevoegdheid van de franchiseraad ten bate van alle franchisenemers. In de praktijk leeft nog wel eens de gedachte dat de franchiseraad zonder meer de achterban kan binden. Zonder zeer uitdrukkelijk omschreven bevoegdheden van de individuele franchisenemer met betrekking tot deze bevoegdheid, is dit echter geenszins het geval. Wanneer een franchisegever afspraken maakt met de franchiseraad omtrent een restyling, dan is de individuele franchisenemer hier dus niet aan gebonden, tenzij dit nadrukkelijk is overeengekomen tussen de franchiseraad en franchisenemer. Over franchisereglementen hoeft niet al te moeilijk te worden gedaan. Het reglement is kort, praktisch en eenduidig. Samenstelling en bevoegdheid zijn eenvoudig te formuleren. Hoe dan ook dient te worden voorkomen dat het reglement een opmaat is voor Poolse landdagen en zijn doel dus volledig voorbij schiet. Hetzelfde geldt overigens voor het functioneren van de franchiseraad zelf.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Eenzijdige collectieve fee-verhoging door franchisegever ongeoorloofd
In een belangwekkende uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 april 2014, lag de vraag voor of een franchisegever een verhoging van een bijdrage mocht doorvoeren.
Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN) voert nader overleg met de Minister
Op 16 april 2014 heeft het al aangekondigde gesprek tussen de Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN), en het Ministerie van Economische Zaken plaatsgevonden.
Exoneratie zorgplicht bij prognose franchisegever
In een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 april 2014, kwam de interessante vraag aan de orde of een samenwerking als franchise gekwalificeerd diende te worden.
Concurrentiebeding sneuvelt in kort geding
Onlangs oordeelde de voorzieningenrechter te Rotterdam dat een franchisenemer niet gehouden was aan het in de franchiseovereenkomst opgenomen concurrentiebeding.
Voorschot op schadevergoeding na ondeugdelijke prognose
In een fraai gemotiveerd kort gedingvonnis van de rechtbank Noord-Nederland van 9 april 2014 was aan de orde de vraag of een voorschot betaald diende te worden op de schadestaatprocedure.
Afhaalpunt vereist winkelbestemming
In mijn supermarktnieuwsbrief van 11 juli 2013 voorspelde ik al dat het vestigen van afhaalpunten voor via internet bestelde goederen de gerechtelijke pennen wel in beweging zou brengen.