Franchising is “een knelpunt in de aanpak van zorgfraude” – d.d. 10 juni 2020 – mr. A.W. Dolphijn
Volgens de diverse toezichthoudende instanties in de zorgsector kunnen franchiseconstructies gezien worden als een niet-transparante
bedrijfsconstructie waarbij het toezicht op professionele en integere bedrijfsvoering van zorgaanbieders wordt beperkt. Daarmee is franchising
volgens hen een knelpunt in de aanpak van zorgfraude.
Blijkens vaste rechtspraak geldt dat een franchisegever niet kan worden aangemerkt als een zorgaanbieder in de zin van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz). Dat betekent concreet dat de franchisegever niet kan worden aangemerkt als eindverantwoordelijke voor het leveren van goede zorg, inclusief de bestuurlijke en financiële randvoorwaarden daarvoor. De eindverantwoordelijkheid ligt bij de franchisenemers, terwijl de franchisegever met de franchiseformule de kaders bepaalt waarbinnen de franchisenemers zorg verlenen.
Fraude met zorggelden
Gesignaleerd wordt dat er geen zicht op de financiële stromen van een franchisegever mogelijk zou zijn. Verder wordt gesteld dat uit ervaringen zou blijken dat franchisegevers aanzienlijke vergoedingen kunnen ontvangen door het uitbaten van één of meer zorgformules. Die vergoedingen kunnen franchisenemers alleen financieren uit hun zorgactiviteiten en dus uit zorggelden, aldus de toezichthoudende instanties. Dit gebrek aan transparantie is temeer een knelpunt nu er géén bevoegdheden zouden zijn om handhavend op te treden jegens franchisegevers als zorgondernemers, wanneer niet voldaan wordt aan de normen van de toezichthouders. Daarbij wordt als voorbeeld geven situaties waarbij er sprake is van oneigenlijke of ondoelmatige besteding van zorggelden.
Wetgeving tot aanscherping toezicht op franchising
De Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Inspectie SZW), de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ), Zorgverzekeraars Nederland (ZN), het Centrum indicatiestelling zorg (CIZ), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de Sociale Verzekeringsbank (SVB), het openbaar Ministerie (OM) en de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) hebben in een brief van eind 2019 aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport gepleit voor meer mogelijkheden tot scherper toezicht op franchisegevers in de zorg. Volgens hen is wetgeving ter versterking van het publiekrechtelijk toezicht nodig. Met het wetsvoorstel van de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) en het wetsvoorstel Integere bedrijfsvoering zorgaanbieders (Wibz) worden de wettelijke eisen aan de bedrijfsvoering van zorgaanbieders aangescherpt. Tevens wordt de Whhgz geëvalueerd.
Preventief doorlichten franchiseconstructie
Ludwig & Van Dam Advocaten is ervaren juridisch specialist op het gebied van franchising en adviseert franchiseorganisaties in de zorg hun franchiseconstructie te laten doorlichten op mogelijke knelpunten. Op die manier kunnen eventuele noodzakelijke transities tijdig doorgevoerd worden. Dit is niet alleen noodzakelijk voor het behoud van de franchiseorganisatie van de franchisegever, maar tevens ook uit hoofde van de zorgplicht die franchisegevers jegens hun franchisenemers hebben.
Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt
u reageren? Ga naar
dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchise & Recht nr. 5 – Wet Acquisitiefraude en franchising
Per 1 juli 2016 is de Wet Acquisitiefraude ingevoerd. Hiermee zijn onder meer wijzigingen aangebracht in artikel 6:194 BW.
Moet een franchisenemer een nieuw model-franchiseovereenkomst accepteren?
De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2457 in kort geding geoordeeld over de vraag of franchisegever Bram Ladage de franchiseovereenkomst met haar franchisenemer had
Verplichte (marktconforme) inkoopprijzen voor franchisenemers
In hoeverre kan een franchisegever afspraken wijzigen over de (marktconforme) inkoopprijzen van de goederen die de franchisenemers verplicht zijn in te kopen?
Bestuurdersaansprakelijkheid van een franchisenemer na falend beroep op ondeugdelijke prognose.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 11 juli 2017 een beslissing genomen over de vraag of de franchisegever met succes de bestuurder van een b.v. kon aanspreken voor het niet-nakomen van de
Aansprakelijkheid accountant voor opgestelde prognose?
In een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3153, was aan de orde dat franchisenemers de accountant van de franchisegever verweten aansprakelijk te zijn
Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?
In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.





