Gedeeltelijke onverschuldigdheid entreegeld wegens uitblijven omzet en het niet leveren van contractuele prestaties door franchisegever
Rechtbank Rotterdam
Franchisenemer beroept zich terecht op onvoorziene omstandigheden wegens het uitblijven van omzet en vordert succesvol matiging van het verschuldigde entreegeld. Het feit dat geen omzet is gerealiseerd in het kader van de franchiseovereenkomst, die bovendien verrekening van het entreegeld mogelijk maakt in verband met toekomstige omzet, is naar het oordeel van de rechtbank een omstandigheid die met zich meebrengt dat de franchisenemer zich terecht beroept op (gedeeltelijke) onverschuldigdheid. Daar komt nog bij dat de franchisegever geen prestaties van betekenis heeft geleverd. Naast het aanbieden van de franchiseformule is slechts algemeen drukwerk, visitekaartjes, reclameborden en een algemene introductie verzorgd. Aldus is kennelijk niet voldaan aan de advies- en bijstandsverplichting conform de zorgplicht van de franchisegever. De rechtbank halveert uiteindelijk het contractueel verschuldigde entreegeld.
NB: Het feit dat de rechtbank het uitblijven van omzet als onvoorziene omstandigheid toekent, betekent mogelijk tevens een nieuwe ingang bij niet behaalde prognoses door franchisenemers. De uitspraak benadrukt nog eens de verregaande zorgplicht van franchisegevers met betrekking tot het reëel kunnen behalen van redelijkerwijs te verwachten omzetten, al dan niet vastgelegd in financiële prognoses. Wordt aan deze kernverplichting uit de franchiserelatie niet voldaan, dan kan de franchisenemer zich op verschillende gronden beroepen in relatie tot een schadeactie jegens de franchisegever.
Mr Th.R. Ludwig – Franchise advocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies Wilt u reageren? Mail naar ludwig@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Franchisenemer klem door concurrentiebeding? – d.d. 21 oktober 2019 – mr. A.W. Dolphijn
De rechtbank Oost-Brabant heeft beslist dat een franchisenemer bij tussentijdse beëindiging van de franchiseovereenkomst toch gehouden was aan het opgenomen concurrentieverbod.
Supermarktbrief – 26
Supermarktnieuwsbrief nr. 26
Koppeling franchiseovereenkomst en huurovereenkomst onzeker? – d.d. 14 oktober 2019 – mr K. Bastiaans
Het is binnen een franchiserelatie geen uitzondering dat partijen overeenkomen dat de franchiseovereenkomst en de huurovereenkomst onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.
Beëindiging franchiseovereenkomst bij wijzigingen in gehuurde winkelruimte – 27 september 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Opzegging van een franchiseovereenkomst in het licht van het substantieel wijzigen van de gehuurde winkelruimte.
Artikel De Nationale Franchisegids: “Verdeling van (potentiële) klanten verboden?” – 17 september 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Binnen veel franchiseorganisaties worden afspraken gemaakt over de werving van (potentiële) klanten in een bepaald gebied.
Rayonbescherming geen bescherming tegen beëindiging wegens dringend eigen gebruik – d.d. 17 september 2019 – mr. A.W. Dolphijn
Kan franchisegever als verhuurder de huurovereenkomst beëindigen wegens dringend eigen gebruik, in de zin van rayonbescherming, terwijl dit op grond van de franchiseovereenkomst uitgesloten zou zijn.




