Kanttekeningen en tips bij een omzetgerelateerde fee in franchising

Een omzetgerelateerde fee is een van de meest gebruikte vergoedingsmodellen binnen franchising. Hierbij betaalt de franchisenemer periodiek een percentage van zijn omzet aan de franchisegever als vergoeding voor het gebruik van de formule, ondersteuning en andere diensten. Hoewel dit model veel voordelen heeft, kleven er ook enkele nadelen en risico’s aan. Hierbij een aantal voor- en nadelen:

1. Geen relatie met winstgevendheid
– De fee is gebaseerd op de bruto-omzet, niet op de netto-winst. Dit betekent dat zelfs als een franchisenemer nauwelijks winst maakt (of verlies lijdt), hij toch de volledige fee moet afdragen.
– Dit kan vooral problematisch zijn in sectoren met lage marges, zoals de retail- en horeca-industrie.

Tip: Onderhandelen over een “winstgerelateerde fee” in plaats van een omzetgerelateerde fee, of een “progressief percentage” waarbij de fee lager wordt bij tegenvallende resultaten.

2. Ongelijke lasten voor verschillende franchisenemers
– Franchisenemers met hoge operationele kosten (zoals huur en personeel) hebben een relatief zwaardere last dan franchisenemers met lagere kosten, terwijl ze hetzelfde percentage afdragen.
– Vestigingen in duurdere regio’s hebben vaak minder marge over na betaling van de fee.

Tip: Een gecombineerd model, waarbij de fee deels afhankelijk is van omzet en deels een vast bedrag, zodat de lasten eerlijker verdeeld worden.

3. Weinig stimulans voor de franchisegever om kosten te beheersen
– Omdat de franchisegever een vast percentage van de omzet ontvangt, heeft hij minder prikkels om kostenstructuren voor franchisenemers efficiënter te maken.
– Sommige franchisegevers verhogen de verplichtingen voor inkoop of marketing, omdat dit hun eigen omzet verhoogt, zonder rekening te houden met de impact op de franchisenemer.

Tip: Transparante afspraken over kostenbeheersing en een duidelijke verantwoording over hoe de fee wordt besteed.

4. Geen onderscheid tussen online en offline omzet
– In moderne franchiseformules is er vaak een conflict tussen online verkopen door de franchisegever en fysieke omzet van de franchisenemers.
– Als de franchisegever ook online verkoopt, zonder een eerlijke verdeling van de omzet, dan kan dit nadelig zijn voor de franchisenemer.

Tip: Een compensatiemodel waarbij franchisenemers een percentage krijgen van online omzet in hun regio.

5. Risico bij economische tegenslagen
– In economisch moeilijke tijden dalen de omzetten, maar vaste kosten zoals huur en personeel blijven bestaan. Omdat de franchisegever een percentage van de omzet ontvangt, blijft hij geld innen terwijl de franchisenemer financieel in de knel kan komen.
– Dit kan ertoe leiden dat franchisenemers geen buffers kunnen opbouwen om crises te overleven.

Tip: Een minimale en maximale fee instellen, waarbij de franchisenemer in moeilijke tijden tijdelijk minder betaalt.

Conclusie: Hoe kan een omzetgerelateerde fee eerlijker worden gemaakt?
Een omzetgerelateerde fee is eenvoudig en voorspelbaar, maar kent ook nadelen, vooral als de winstmarges laag zijn of als de franchisegever onvoldoende ondersteuning biedt.

Verbeterpunten voor een eerlijker model:
Progressieve fee (bijvoorbeeld een lager percentage bij dalende omzet).
Combinatie van een vaste en variabele fee om risico’s te spreiden.
Duidelijke afspraken over online omzet en verdeling daarvan.
Transparantie over hoe de fee wordt besteed door de franchisegever.

Een goed doordachte franchiseovereenkomst met eerlijke fee-structuren kan veel conflicten en financiële problemen voorkomen.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Franchise & Recht nr. 5 – Wet Acquisitiefraude en franchising

Per 1 juli 2016 is de Wet Acquisitiefraude ingevoerd. Hiermee zijn onder meer wijzigingen aangebracht in artikel 6:194 BW.

Door Ludwig en van Dam|10-08-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , , |

Moet een franchisenemer een nieuw model-franchiseovereenkomst accepteren?

De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2457 in kort geding geoordeeld over de vraag of franchisegever Bram Ladage de franchiseovereenkomst met haar franchisenemer had

Verplichte (marktconforme) inkoopprijzen voor franchisenemers

In hoeverre kan een franchisegever afspraken wijzigen over de (marktconforme) inkoopprijzen van de goederen die de franchisenemers verplicht zijn in te kopen?

Bestuurdersaansprakelijkheid van een franchisenemer na falend beroep op ondeugdelijke prognose.

Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 11 juli 2017 een beslissing genomen over de vraag of de franchisegever met succes de bestuurder van een b.v. kon aanspreken voor het niet-nakomen van de

Aansprakelijkheid accountant voor opgestelde prognose?

In een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3153, was aan de orde dat franchisenemers de accountant van de franchisegever verweten aansprakelijk te zijn

Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?

In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.

Ga naar de bovenkant