Koppeling huurovereenkomst en franchise-overeenkomst: nieuwe wetgeving

Naar verwachting zal op termijn van enkele maanden het nieuwe huurrecht in werking treden. Een en ander heeft gevolgen voor de koppeling van de duur van de huurovereenkomst aan die van de franchise-overeenkomst.

In een bijdrage in deze nieuwsbrief van enige maanden geleden is reeds aandacht besteed aan de koppeling van de duur van de (onder)huurovereenkomst tussen franchisegever en franchisenemer aan die van de tussen partijen gesloten franchise-overeenkomst. Een dergelijke koppeling betreft een afwijking van het dwingendrechtelijke huurregime uit het Burgerlijk wetboek. Voor een dergelijke afwijking is goedkeuring van de kantonrechter noodzakelijk.

Op grond van de thans geldende regelgeving verleent de rechter zijn goedkeuring aan een afwijkend beding alleen op grond van de bijzondere omstandigheden van het geval. Dit betreft een vrij algemeen criterium dat in de praktijk ruim wordt uitgelegd. Dit heeft tot gevolg dat onder de huidige regelgeving de kantonrechter voor een beding waarin de duur van de onderhuurovereenkomst aan die van de franchise-overeenkomst wordt gekoppeld meestal zijn goedkeuring verleend.

Het nieuwe huurrecht handhaaft het systeem van dwingendrechtelijke huurbescherming voor de huurder gedurende een periode van vijf + vijf jaar. Goedkeuring van de kantonrechter blijft noodzakelijk.

 Op grond van de nieuwe regelgeving wordt echter een nieuw criterium gehanteerd. De goedkeuring wordt nog alleen gegeven indien het afwijkende beding de huurbescherming die de huurder (franchisenemer) heeft niet wezenlijk aantast, of indien de maatschappelijke positie van de huurder in vergelijking met die van de verhuurder zodanig is dat hij de huurbescherming in redelijkheid niet behoeft. Indien niet aan één van deze voorwaarden wordt voldaan, zal de goedkeuring door de kantonrechter niet worden verleend. Naar verwachting zal ten opzichte van de huidige regelgeving vaker goedkeuring door de kantonrechter worden geweigerd. Na inwerkingtreding van de nieuwe regelgeving zal daarmee eerst praktijkervaring dienen te worden opgedaan om uiteindelijk te kunnen beoordelen in welke gevallen goedkeuring zal worden verleend voor de koppeling van de duur van de (onder)huurovereenkomst aan die van de franchise-overeenkomst.

Concluderend dient gesteld te worden dat de mogelijkheden om de duur van de (onder)huurovereenkomst en die van de franchise-overeenkomst te koppelen onder de nieuwe regelgeving waarschijnlijk ingeperkt zullen worden

Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten

Overeenkomsten die samenhangen met de franchiseovereenkomst

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 31 oktober 2017 voor negentien franchisenemers gelijkluidende arresten gewezen (ECLI:NL:GHARL:2017:9453 t/m ECLI:NL:GHARL:2017:9472).

Column Franchise+ – mr. J. Sterk – “Franchisenemer doet bodycheck beter dan franchisecheck”

Een sportschool gaat in zee met een franchiseconcept dat in samenwerking met zorgverzekeraars “Bodychecks” en kortingen aanbiedt aan (potentiële) leden.

Seminar mrs. J. Sterk en M. Munnik – Donderdag 2 november 2017: “Belangrijke juridische ontwikkelingen voor franchisegevers”

Advocaten Jeroen Sterk en Maaike Munnik van Ludwig & Van Dam Advocaten praten u bij over de status van en de ontwikkelingen rondom De Nederlandse Franchise Code en de Wet Acquisitiefraude.

Door Jeroen Sterk|02-11-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |

Goodwill bij einde franchiseovereenkomst

In een kwestie bij het gerechtshof Amsterdam 26 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3900 (Seal & Go) vorderde een franchisenemer een vergoeding van goodwill (ex artikel 7:308 BW) nadat de

Doorbelasting te hoge kostprijs als verborgen franchise fee

Uit een tussenvonnis van de rechtbank Den Haag van 30 augustus 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10597 (Happy Nurse) blijkt dat de rechtbank zich gebogen heeft over de vraag of de door de franchisegever aan de

Ga naar de bovenkant