Post non-concurrentieverbod bij diensten- en verkoopfranchise
Als een franchiseovereenkomst eindigt, dan stuiten veel franchisenemers op een verbod in de franchiseovereenkomst om gedurende een bepaalde tijd daarna vergelijkbare werkzaamheden te verrichten. Een dergelijk post non-concurrentieverbod kan soms uitermate bezwarend zijn. Anderzijds is het niet voor niets afgesproken.
De rechtbank Rotterdam oordeelde in kort geding (ECLI:NL:RBROT:2018:9610) over de vraag of een franchisenemer na het einde van de franchiseovereenkomst toch onder het concurrentieverbod uit kon komen.
Bescherming van knowhow en verleende bijstand
De franchisenemer voert ten onrecht aan dat er geen knowhow zou zijn overgedragen. Die overdracht zou blijken uit opleidingen, bijeenkomsten en updates. Onder verwijzing naar het Pronuptia-arrest (HvJ EG 28 januari 1986 nr. A161/84, ECLI:NL:XX:1986:AC9213) oordeelt de rechtbank dat, naast knowhow, ook door de franchisegever verleende bijstand bij de toepassing van door hem gehanteerde (commerciële) methoden mag worden beschermd door middel van een non-concurrentiebeding.
Knowhow bij diensten- en verkoopfranchising
Anders dan bij verkoopfranchising, geldt bij dienstenfranchising dat voor het verlenen van die diensten de franchisenemer de benodigde kennis (geheel) zelf zou kunnen hebben verworven. In die gevallen zou dan een non-concurrentiebeding terzijde kunnen worden geschoven omdat er nauwelijks knowhow overgedragen is. Dit is bijvoorbeeld aan de orde in de vonnissen va de rechtbank Overijssel van 22 juni 2016 (ECLI:NL:RBOVE:2016:2914) en 21 september 2016 (ECLI:NL:RBOVE:2016:3742). In onderhavige kwestie is er echter sprake van verkoopfranchising.
Analogie naar arbeidsrecht
De franchisenemer verwees naar de regels in het arbeidsrecht. Artikel 7:653 lid 4 BW bepaalt dat een werkgever aan een concurrentiebeding geen rechten kan ontlenen als het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Vaststaat dat in de onderhavige zaak geen sprake is van een arbeidsovereenkomst, maar van een franchiseovereenkomst. De vergelijking gaat dus niet op.
Onredelijk bezwarende algemene voorwaarde
Onder omstandigheden kunnen bepalingen in franchiseovereenkomsten als algemene voorwaarden gekwalificeerd worden, indien ze zijn opgesteld teneinde in een aantal overeenkomsten te worden opgenomen, met uitzondering van bedingen die de kern van de prestaties aangeven. Als het non concurrentiebeding als algemene voorwaarde te kwalificeren zou zijn, dan zou het wellicht aangetast kunnen worden wegens onredelijke bezwaardheid. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat het non-concurrentieverbod onmisbaar is voor de bescherming van de door de franchisegever overgedragen knowhow en de verleende bijstand dat er sprake is van een kernbeding.
Conclusie
De franchisenemer was na het einde van de franchiseovereenkomst in dit geval gehouden aan het concurrentieverbod. Echter, niet in alle gevallen is een concurrentieverbod onaantastbaar. Bijvoorbeeld indien er geen knowhow overgedragen is en geen bijstand verleend is. Daar zal bij dienstenfranchise ogenschijnlijk eerder sprake van kunnen zijn dan bij verkoopfranchising. Echter, een harde regel is dat allerminst.
Mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Overeenkomsten die samenhangen met de franchiseovereenkomst
Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 31 oktober 2017 voor negentien franchisenemers gelijkluidende arresten gewezen (ECLI:NL:GHARL:2017:9453 t/m ECLI:NL:GHARL:2017:9472).
Column Franchise+ – mr. J. Sterk – “Franchisenemer doet bodycheck beter dan franchisecheck”
Een sportschool gaat in zee met een franchiseconcept dat in samenwerking met zorgverzekeraars “Bodychecks” en kortingen aanbiedt aan (potentiële) leden.
Seminar mrs. J. Sterk en M. Munnik – Donderdag 2 november 2017: “Belangrijke juridische ontwikkelingen voor franchisegevers”
Advocaten Jeroen Sterk en Maaike Munnik van Ludwig & Van Dam Advocaten praten u bij over de status van en de ontwikkelingen rondom De Nederlandse Franchise Code en de Wet Acquisitiefraude.
Goodwill bij einde franchiseovereenkomst
In een kwestie bij het gerechtshof Amsterdam 26 september 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:3900 (Seal & Go) vorderde een franchisenemer een vergoeding van goodwill (ex artikel 7:308 BW) nadat de
Artikel in Entree: “Ontslag”
Een werknemer ontslaan die niet goed functioneert? De kantonrechter is streng. Als u als werkgever niet kunt aantonen dat u zelf alles heeft gedaan om de persoon beter te laten functioneren, wordt het
Doorbelasting te hoge kostprijs als verborgen franchise fee
Uit een tussenvonnis van de rechtbank Den Haag van 30 augustus 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:10597 (Happy Nurse) blijkt dat de rechtbank zich gebogen heeft over de vraag of de door de franchisegever aan de


