Prognoses zijn geen garanties

Een franchisegever is niet verplicht om omzetprognoses te geven, maar doet dat vaak wel om aspirant-franchisenemers te helpen bij hun beslissing of financiering. Zo’n prognose kan waardevolle informatie bieden, maar vormt géén garantie. Dat de werkelijke omzet tegenvalt, betekent op zichzelf niet dat de prognose ondeugdelijk of onrechtmatig was. De rechtbank Amsterdam deed hier op 10 september 2025 (ECLI:NL:RBAMS:2025:6829) een uitspraak over.

Sterk achterblijvende prognoses
In de uitspraak van de rechtbank Amsterdam was aan de orde dat de omzet van een vestiging van De Pizzabakkers ver achter bleef bij de verwachting. De franchisenemer stelde dat de locatie onrendabel was en dat hij door verkeerde prognoses had gedwaald. De rechtbank wees dat af. Uit onderzoek bleek dat het wél mogelijk was om op die plek rendabel te exploiteren, en de franchisenemer had geen concrete fouten in de prognose aangetoond.

Praktische lessen
Franchisenemers die menen dat een prognose misleidend is, moeten duidelijk maken waarom die fout is — bijvoorbeeld met deskundig onderzoek. Franchisegevers doen er goed aan transparant te zijn over de uitgangspunten van hun berekeningen. Zo voorkomt men dat tegenvallende resultaten later leiden tot juridische discussies.[/fusion_text]

mr. A. Mikkers - advocaat
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar mikkers@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Aansprakelijkheid accountant voor opgestelde prognose?

In een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3153, was aan de orde dat franchisenemers de accountant van de franchisegever verweten aansprakelijk te zijn

Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?

In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.

Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.

Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is

De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever

Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”

“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”

Ga naar de bovenkant