Ratten- en muizenplaag in franchisewinkel: geen excuus voor huurachterstand
De Rechtbank Midden-Nederland heeft op 2 september 2025 (ECLI:NL:RBMNE:2025:4959) in kort geding geoordeeld dat een franchisenemer haar kiosk in een winkelcentrum moet ontruimen.
De franchisenemer had een huurachterstand van ruim € 91.000 en voerde aan dat de oorzaak lag in een ratten- en muizenplaag. Volgens haar had de verhuurder te weinig gedaan om dit probleem aan te pakken, waardoor de kiosk tijdelijk moest sluiten en zij geen inkomsten meer had om de huur te betalen.
De rechtbank wees dit verweer af. De franchisenemer had zelf geen contract afgesloten met de ongediertebestrijder, terwijl dat volgens de huurovereenkomst verplicht was. De rechter oordeelde dat het ongedierteprobleem in die omstandigheden voor rekening en risico van de huurder komt. Omdat de franchisenemer bovendien niet had aangetoond dat de verhuurder haar zorgplicht had geschonden, kon zij zich niet beroepen op overmacht.
De rechter veroordeelde de franchisenemer tot ontruiming binnen acht dagen, betaling van de achterstallige en lopende huur, een contractuele boete van € 4.200, en de proceskosten.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Houd hoofd koel bij franchiseovereenkomst
Houd hoofd koel bij franchiseovereenkomst
Afnameplicht en marktconforme prijzen
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 9 september 2015 een vonnis geveld over de vraag of een franchisegever marktconforme prijzen hanteerde bij een exclusieve afnameplicht.
Franchisegever moet juistheid prognose aantonen
Franchisegever moet juistheid prognose aantonen
Spelregels bij internetverkopen
Op 21 juli 2015 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch een uitspraak gedaan in een zaak waarin sprake was van een franchiseovereenkomst voor een onderneming in kappersbenodigdheden.
Redelijke termijn bij opzeggen duurovereenkomst
Redelijke termijn bij opzeggen duurovereenkomst
Het belang van belang bij non-concurrentiebeding
Het belang van “belang” bij non-concurrentiebeding