Verlieslatende franchisevestiging: stoppen of toch door?

 

Een franchisevestiging draait financieel slecht. De franchisenemer wil stoppen, maar de franchise- en huurovereenkomst lopen nog jaren door. Kan de franchisegever dan verlangen dat de vestiging toch openblijft? De Rechtbank Limburg oordeelde op 16 september 2026, ECLI:NL:RBLIM:2026:9708, over die vraag.

Partijen hadden een franchiseovereenkomst en een huurovereenkomst gesloten tot en met 31 oktober 2029. In de huurovereenkomst was een expliciete exploitatieplicht opgenomen. De franchisenemer besloot desondanks de vestiging per 1 juli 2026 te sluiten. Volgens haar was de onderneming financieel niet langer haalbaar.

Tegenvallende resultaten zijn in beginsel ondernemersrisico

De kantonrechter stelt voorop dat tegenvallende bedrijfsresultaten in beginsel voor rekening van de franchisenemer komen. Dat past ook binnen de systematiek van de Wet franchise: de franchisenemer exploiteert de franchiseformule voor eigen rekening en risico.

Dat betekent echter niet dat een exploitatieplicht onder alle omstandigheden onbeperkt afdwingbaar is. Als voortzetting daadwerkelijk tot aanzienlijke verliezen leidt, kan het belang van de franchisenemer bij staking van de exploitatie onder omstandigheden zwaarder wegen dan het belang van de franchisegever bij nakoming.

Verlies moet wel worden aangetoond

De franchisenemer stelde dat de onderneming verliesgevend was en dat zij leveranciers en personeel niet meer kon betalen, maar onderbouwde dat niet met financiële stukken. De franchisegever had wél cijfers overgelegd. Daaruit bleek dat nog steeds sprake was van een positief resultaat.

Dat het ondernemersinkomen beperkt was en het ondernemersplezier ontbrak, vond de kantonrechter onvoldoende. De franchisenemer werd daarom veroordeeld de exploitatie te hervatten, op straffe van een dwangsom van € 1.000 per dag.

Ook de Wet franchise blijft relevant

De financiële problemen van een franchisenemer kunnen echter niet geheel los worden gezien van de positie van de franchisegever.

Op grond van artikel 7:912 BW moeten franchisegever en franchisenemer zich over en weer als goed franchisegever en goed franchisenemer gedragen. Daarnaast rust op de franchisegever op grond van artikel 7:919 BW een verplichting tot bijstand en commerciële en technische ondersteuning die redelijkerwijs van hem mag worden verwacht.

Bij een werkelijk problematische exploitatie kan daarom mede van belang zijn waardoor de verliezen zijn ontstaan, welke ondersteuning de franchisenemer heeft gevraagd en welke ondersteuning door de franchisegever is geboden.

Stoppen of toch door?

De uitspraak laat zien dat het enkele feit dat een franchisevestiging financieel tegenvalt niet voldoende is om de deuren te sluiten. Een franchisenemer die onder een exploitatieplicht uit wil omdat voortzetting economisch niet meer verantwoord is, zal dat concreet en met actuele financiële gegevens moeten onderbouwen. Tegelijkertijd moet bij die beoordeling ook worden gekeken naar de wederzijdse verplichtingen die uit de franchiseovereenkomst en de Wet franchise voortvloeien.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Wanneer gaat een franchisegever te ver bij de werving van franchisenemers?

In het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 5 februari 2019 was aan de orde of de franchisegever bij de werving van de franchisenemers ontoelaatbaar gehandeld had.

Adviescollege Toetsing Regeldruk (ATR) adviseert staatssecretaris Keijzer over Wet Franchise

Kort samengevat wordt allereerst geadviseerd franchisegevers en franchisenemers actief te informeren over deze wetswijziging.

Post non-concurrentieverbod bij diensten- en verkoopfranchise

Als een franchiseovereenkomst eindigt, dan stuiten veel franchisenemers op een verbod in de franchiseovereenkomst om gedurende een bepaalde tijd daarna vergelijkbare werkzaamheden te verrichten

Het concept van de Wet Franchise: impact voor franchisegevers en franchisenemers – d.d. 5 februari 2019 – mr. A.W. Dolphijn

Ludwig & Van Dam advocaten denkt dat als het ontwerp van de Wet Franchise daadwerkelijk wet zal worden, er heel wat zal veranderen voor franchisegevers en franchisenemers.

Koop franchiseonderneming en de ontslagen zieke werknemer van 7 jaar geleden

De vraag is of een franchisenemer van Bruna, bij de verkoop van de franchiseonderneming aan Bruna, had moeten mededelen dat zeven jaar geleden een werknemer ziek uit dienst was getreden.

Rechtbank verbiedt Domino’s eenzijdige rayonverkleinging bij verlenging franchiseovereenkomsten – d.d. 28 januari 2019 – mr. R.C.W.L. Albers

Op 9 januari 2019 is door de rechtbank Rotterdam een vonnis gewezen in een door de Vereniging van Domino’s Pizza Franchisenemers en al haar leden (nagenoeg alle franchisenemers van Domino’s) gestarte

Door Remy Albers|28-01-2019|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |
Ga naar de bovenkant