De franchisegever is wettelijk verplicht om de beoogde franchisenemer ruim vóór het sluiten van een franchiseovereenkomst van voldoende en relevante informatie te voorzien. Deze verplichting, zoals vastgelegd in de Wet franchise, is bedoeld om de franchisenemer in staat te stellen een weloverwogen beslissing te nemen over het aangaan van de samenwerking. Een bijzonder belangrijk onderdeel van die informatieverplichting betreft de financiële gegevens over de beoogde vestigingslocatie. Maar wat als juist díe gegevens niet blijken te kloppen?

Een verplichting tot volledigheid én begrijpelijkheid

De Wet franchise verplicht franchisegevers niet alleen om alle informatie te verstrekken die voor de beslissing van de franchisenemer van belang kan zijn, maar ook om deze zodanig te presenteren dat ze begrijpelijk en bruikbaar is. Het gaat dus niet alleen om wát er wordt gedeeld, maar ook hoe die informatie wordt aangeboden.

De informatie moet:

  • duidelijk, overzichtelijk en toegankelijk zijn;
  • afgestemd zijn op het begripsniveau van een gemiddelde, niet-gespecialiseerde franchisenemer;
  • en zodanig vormgegeven zijn dat de franchisenemer zelfstandig een afgewogen besluit kan nemen over het al dan niet aangaan van de franchiseovereenkomst.

Met andere woorden: informatie die wel “volledig” is, maar zó technisch of versnipperd dat deze in de praktijk niet begrijpelijk is, voldoet niet aan de norm.

Locatiegegevens: essentieel en niet optioneel

Een van de kernonderdelen van de informatieplicht betreft de financiële gegevens over de beoogde vestigingslocatie. Als de franchisegever eerder zelf op die locatie heeft geëxploiteerd – of een andere franchisenemer daar actief is geweest – dan moet hij relevante omzet- en rendementsgegevens over die locatie verstrekken. Het achterwege laten van dergelijke gegevens is in strijd met de verplichting tot transparantie die uit de Wet franchise voortvloeit.

Als locatiegebonden gegevens ontbreken, mag de franchisegever gebruikmaken van cijfers van andere vestigingen, mits deze als representatief kunnen worden beschouwd. Daarbij dient de franchisegever duidelijk te maken op welke gronden hij deze vergelijkbaar acht, en daarom is het aan te bevelen dat:

  • onderbouwd wordt waarom de gekozen vestigingen vergelijkbaar zijn (bijv. qua ligging, grootte, marktsegment);
  • wordt aangegeven of en hoe verschillen tussen de vestigingen de betrouwbaarheid van de cijfers beïnvloeden;
  • helder wordt uitgelegd waarom specifieke locatiegegevens niet beschikbaar zijn.

Bovendien geldt: het enkel verstrekken van cijfers is onvoldoende. De franchisegever moet actief toelichten wat die cijfers betekenen, op welke aannames ze zijn gebaseerd, en hoe deze zich verhouden tot de situatie van de beoogde vestiging.

Wat volgt uit de rechtspraak?

Uit de rechtspraak blijkt dat rechters deze verplichting serieus nemen. Wanneer blijkt dat een franchisenemer op basis van misleidende of onvolledige locatiegegevens een franchiseovereenkomst is aangegaan, kan dat leiden tot vernietiging van de franchiseovereenkomst wegens dwaling of tot aansprakelijkheid van de franchisegever.

Zo is geoordeeld dat wanneer een franchisegever omzetgegevens verstrekt die zijn gebaseerd op buitenlandse of niet-representatieve vestigingen, dit zonder nadere toelichting als misleidend wordt beschouwd. Een franchisenemer mag ervan uitgaan dat de gepresenteerde cijfers relevant zijn voor zijn specifieke situatie – als dat niet zo is, moet dat ondubbelzinnig worden uitgelegd.

In andere gevallen is vastgesteld dat franchisegevers die positieve prognoses deelden zonder aan te geven dat eerdere exploitatie op de locatie verliesgevend was, hun informatieplicht hebben geschonden. Zulke situaties leiden er regelmatig toe dat franchisenemers met succes aanvoeren dat zij nooit tot contractsluiting zouden zijn overgegaan als de informatie volledig en eerlijk was gepresenteerd.

Daarnaast volgt uit de rechtspraak dat het niet voldoende is om “gemiddelden” te delen als deze onvoldoende toegespitst zijn op de beoogde locatie. Zeker als exploitatieomstandigheden sterk uiteenlopen tussen vestigingen – bijvoorbeeld in vergelijking tussen een stadscentrum en een perifere locatie – moeten die verschillen benoemd worden, en mag niet worden volstaan met een uniforme weergave van cijfers.

Ook is bevestigd dat een franchisegever aansprakelijk kan zijn voor prognoses die weliswaar niet juridisch bindend zijn, maar bij de franchisenemer een gerechtvaardigd vertrouwen hebben gewekt, bijvoorbeeld door de presentatievorm, de herkomst of de wijze van onderbouwing.

Transparantie, helderheid en timing

De Wet franchise beoogt te voorkomen dat franchisenemers worden overvallen door financiële en operationele verplichtingen die zij onvoldoende hebben kunnen inschatten. De informatie die vooraf wordt verstrekt moet daarom:

  • tijdig beschikbaar zijn (minimaal vier weken voor ondertekening van de overeenkomst);
  • inhoudelijk volledig en objectief zijn;
  • én begrijpelijk zijn geformuleerd en gestructureerd.

Onvolledige, misleidende of onbegrijpelijke informatie is niet alleen onzorgvuldig, maar kan ook juridische gevolgen hebben. De franchisegever doet er verstandig aan om gebruik te maken van een overzichtelijk informatiedossier, waarin alle gegevens zijn gebundeld en voorzien van toelichting en context.

Conclusie

De Wet franchise verlangt van franchisegevers dat zij volledige én begrijpelijke informatie verstrekken, met bijzondere aandacht voor locatiegebonden cijfers. Daarbij is niet alleen de inhoud van belang, maar ook de wijze waarop die informatie wordt gepresenteerd.

Franchisenemers moeten in staat worden gesteld een werkelijk geïnformeerde beslissing te nemen. Alleen dan is sprake van een evenwichtige en duurzame samenwerking.

mr. A.W. Dolphijn
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Inbreuk op exclusief verzorgingsgebied door franchisegever in verband met formulewijziging d.d. 27 februari 2017

Op 30 januari 2017 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland, ECLI:NL:RBNHO:2017:688 (Intertoys/franchisenemer) de vraag voorgelegd gekregen hoe omgegaan moet worden met het

Prognoses bij startup franchiseformule

Het gerechtshof Amsterdam oordeelde op 14 februari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:455 (Tot Straks/franchisenemer) over de vraag of de franchisegever een ondeugdelijke prognose verschaft had en de

Verplicht overdragen franchiseonderneming aan franchisegever?

De rechtbank Amsterdam heeft op 23 januari 2017, ECLI:NL:RBAMS:2017:412 (CoffeeCompany/Dam Spirit B.V.) een vonnis gewezen over de vraag of een franchisenemer bij een beëindiging van de samenwerking

Overdracht klantendata aan franchisegever

Het gerechtshof Amsterdam oordeelde in het arrest van 10 januari 2017, ECLI:NL:GHAMS:2017:68 (OnlineAccountants.nl) onder meer over de vraag hoe klantendata moet worden overgedragen.

Uitverkoop bij bedrijfsbeëindiging franchisenemer – wie krijgt de uitverkoopopbrengst?

In het vonnis van de rechtbank Noord-Nederland d.d.12 oktober 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:5061 (Bewindvoerder/Expert Groep en Rabobank) stond de vraag centraal of de franchisegever tezamen met de bank

Column Franchise+ – mr. Th.R. Ludwig: “Rechter: zorgplicht franchisegever vergelijkbaar met die van een bank”

Diverse uitspraken in 2016 hebben duidelijk gemaakt hoe hoog de zorgvuldigheidsnorm voor een franchisegever jegens zijn franchisenemers ligt.

Ga naar de bovenkant