Wel degelijk schending standstill-verplichting.
In een vonnis van de rechtbank Rotterdam van 15 mei 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:4598, is geoordeeld dat – ook als de franchisenemer welbewust de standstill-periode niet in acht zou hebben willen nemen – de gesloten franchiseovereenkomst desalniettemin vernietigbaar is.
De rechtbank oordeelde dat wettelijke regeling van de standstill-periode bij franchiseovereenkomsten (neergelegd in artikel 7:914 BW) bepaalt dat de franchisegever, voorafgaande aan de totstandkoming van de franchiseovereenkomst, een informatieplicht heeft: zij moet bepaalde informatie over de beoogde franchisesamenwerking (zoals gespecificeerd in artikel 7:913 lid 2 BW) “tijdig” aan de beoogd franchisenemer verstrekken. Deze informatie moet ten minste vier weken vóór het sluiten van de franchiseovereenkomst worden verstrekt. Gedurende die periode mag de franchisegever niet overgaan tot het sluiten van de franchiseovereenkomst of van enige daarmee onlosmakelijk verbonden overeenkomst. Zij mag de beoogd franchisenemer in die periode ook niet aanzetten tot het doen van betalingen die samenhangen met de nog te sluiten overeenkomst.
In onderhavige geval geldt dat de standstill-verplichting niet in acht is genomen. De franchiseovereenkomst is ruimschoots binnen de termijn van vier weken gesloten nadat partijen met elkaar in contact waren gekomen en evenmin is tijdig de voorgeschreven informatie over de beoogde franchisesamenwerking verschaft. De franchiseovereenkomst is dus in strijd met de wettelijke regeling van de standstill-periode verplichtingen gesloten.
Op grond van artikel 7:922 BW mag van de wettelijke regeling van de standstill-periode niet ten nadele van de franchisenemer worden afgeweken. De franchisegever meende in onderhavige kwestie dat de franchisenemer zelf aandrong op voortvarendheid en dat partijen het (volgens de franchisegever) bij het begin van hun contact expliciet hebben gehad over de standstill-verplichting en hoe daarmee in de gegeven omstandigheden om te gaan. De franchisenemer zou dus volgens de franchisegever welbewust de standstill-periode niet in acht hebben willen nemen.
De wettelijke regels op dit punt moet volgens de rechtbank geacht worden ook te zijn bedoeld om een overenthousiaste franchisenemer tegen zichzelf in bescherming te nemen. De afwijking van de standstill-bepaling is dus in het nadeel van de franchisenemer. Dit brengt mee dat de franchiseovereenkomst vernietigbaar is en rechtsgeldig door de franchisenemer vernietigd is. Tevens wordt geoordeeld dat de franchisegever onrechtmatig heeft gehandeld. Over de omvang van de schade wordt verder geprocedeerd.
In een uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 21 februari 2024, ECLI:NL:RBNNE:2024:548, werd nog geoordeeld dat – ondanks dat de wettelijke standstill-periode van minstens 4 weken niet in acht genomen was – de franchisenemer geen redelijk belang had met een beroep op de wettelijke regeling. Zie hierover meer: https://www.ludwigvandam.nl/geen-schending-standstill-verplichting/
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Nieuwe beleidsregels beoordeling (fictieve) dienstbetrekking franchising
Onlangs is er van de zijde van de staatssecretaris van financiën nadere duidelijkheid geschapen omtrent de beoordelingscriteria inzake de zelfstandigheid van de franchisenemer.
Rayonbescherming: een nuance.
In de meeste franchise-overeenkomsten is een exclusief gebied opgenomen ten behoeve van de franchisenemer. De kern van die exclusiviteit is dat noch de franchisegever noch collega-franchisenemers
Rayonbescherming II: inperking van het exclusieve gebied.
In vervolg op de bijdrage in de vorige Nieuwsbrief wordt deze keer ingegaan op de (mogelijkheden van) inperking van het exclusieve franchisegebied. In de meeste franchise-overeenkomsten
Horeca-overeenkomsten
Onlangs heeft de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) een besluit genomen ten aanzien van de door Heineken ter ontheffing voorgelegde bierleveringsovereenkomsten.
Ongeoorloofde geschillenregelingen binnen franchise-organisaties
Franchise-overeenkomsten bevatten een enkele keer geschillenregelingen die bevoegdheden toekennen aan de franchisenemer(s), de franchiseraad en/of een franchisevereniging.
Het recht op de formulenaam bij beëindiging van de franchiserelatie
In de praktijk doen zich met enige regelmaat discussies voor bij beëindiging van de franchiserelatie tussen een franchisegever en één of meerdere franchisenemers