Non-concurrentiebeding geschonden door franchisenemer? Bestuurder niet zomaar aansprakelijk
In een vonnis van 18 maart 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:2131) maakt de rechtbank Zeeland-West-Brabant duidelijk dat een gestelde schending van een non-concurrentiebeding in franchiseverband nog niet betekent dat ook de bestuurder persoonlijk kan worden aangesproken.
De franchisegever stelde dat het non-concurrentie- en relatiebeding uit de franchiseovereenkomst was overtreden door de franchisenemers, georganiseerd in de vorm van B.V.’s. De bestuurder van deze vennootschappen zou klanten hebben “overgeheveld” en betrokken zijn geweest bij concurrerende activiteiten. Op basis daarvan werd een bedrag van € 150.000 aan contractuele boetes gevorderd – rechtstreeks van de bestuurder.
De rechtbank wijst die vordering resoluut af. Doorslaggevend is dat de franchisegever onvoldoende concreet heeft gemaakt waarin de schending van het non-concurrentiebeding precies zou hebben bestaan. Daarbij komt dat bestuurdersaansprakelijkheid een hoge drempel kent. Op grond van de maatstaf uit het arrest Ontvanger/Roelofsen (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758) is pas sprake van aansprakelijkheid indien de bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Dat vereist méér dan het enkele feit dat mogelijk een non-concurrentiebeding door de vennootschap is geschonden.
Bovendien had de franchisegever de franchisenemers – dus de B.V.’s – zelf niet (deugdelijk) aangesproken en niet onderbouwd dat verhaal op hen onmogelijk was. Verder zouden de gestelde overtredingen hebben plaatsgevonden nadat de franchiseovereenkomst al was beëindigd en terwijl de bestuurder wegens ziekte feitelijk geen leiding meer gaf.
Zonder concrete en deugdelijk onderbouwde stellingen over de overtreding én de rol van de bestuurder houdt een dergelijke vordering geen stand.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Non-concurrentiebeding geschonden door franchisenemer? Bestuurder niet zomaar aansprakelijk
In een vonnis van 18 maart 2026 (ECLI:NL:RBZWB:2026:2131) maakt de ...
Voortijdige beëindiging van een commerciële relatie: vergoeding van schade
Het per direct beëindigen van een commerciële samenwerking is niet ...
Vacature: Advocaat – Medewerker met relevante ervaring
Heb jij een passie voor uitdagende en complexe juridische vraagstukken? ...
Onmiddellijke beëindiging franchiseovereenkomst te vergaand
In een vonnis van 30 januari 2026 (Rb. Rotterdam, ECLI:NL:RBROT:2026:853) ...
Vergoedingsplicht bij einde franchiseovereenkomst
Het Gerechtshof Amsterdam oordeelde op 27 januari 2026 (ECLI:NL:GHAMS:2026:178) dat ...
Geen instemmingsrecht bij nieuwe franchisevoorwaarden – ook niet bij ingrijpende fee-wijzigingen
In kort geding heeft de Rechtbank Den Haag (Rb. Den ...





