Artikel De Nationale Franchisegids: “De tussentijdse beëindiging van de franchiseovereenkomst” – 12 augustus 2019 – mr. J.A.J. Devilee

Hoe kan de tussentijdse beëindiging van een franchiseovereenkomst goed vormgegeven worden?

Een franchiseovereenkomst kan op vele manieren tussentijds eindigen. Zo kunnen partijen met wederzijds goedvinden besluiten om afscheid van elkaar te nemen en hier gezamenlijk nadere afspraken over maken. Veelal is het echter een der partijen die helemaal niet zit te wachten op een tussentijds afscheid. In een dergelijk geval kan bijvoorbeeld ontbinding of opzegging van de franchiseovereenkomst soelaas bieden. Bij (buitengerechtelijke) ontbinding van de franchiseovereenkomst wordt de franchiseovereenkomst doorgaans per direct beëindigd en bij opzegging van de franchiseovereenkomst dient een bepaalde opzeggingstermijn in acht te worden genomen. 

Onlangs heeft de rechtbank Gelderland zich in gebogen over een beëindigingskwestie tussen een franchisegever en een franchisenemer. Aan de orde was hoe de franchiseovereenkomst tussentijds geëindigd was. Op een gegeven moment zijn in de samenwerking problemen ontstaan en hebben partijen gesprekken gevoerd om tot een beëindiging van de samenwerking te komen. Aanvankelijk spraken partijen over een beëindiging met wederzijds goedvinden, maar later ook over ontbinding en opzegging. De franchisenemer heeft vervolgens haar klanten geïnformeerd over haar vertrek bij de franchiseorganisatie en de franchisegever heeft de franchisenemer een aantal dagen later afgesloten uit het digitale werksysteem van de franchiseorganisatie. Met deze stand van zaken start de franchisegever vervolgens in maart 2019 een kort gedingprocedure, kort en goed vordert de franchisenemer van de franchisenemer onder meer teruggave van een aantal zakelijke spullen zoals een laptop en (schade)vergoeding. Uit de vordering van de franchisegever blijkt dus wel dat hij ervan uitgaat dat de samenwerking met de franchisenemer inmiddels is geëindigd. 
 

Evenwel begint de rechtbank in haar vonnis met het beoordelen van de beëindiging van de franchiseovereenkomst. De rechtbank heeft allereerst overwogen dat er geen beëindiging met wederzijds goedvinden heeft plaatsgevonden, nu partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de (kern)voorwaarden waarop de samenwerking zou worden geëindigd. In het kader van de buitengerechtelijke ontbinding overweegt de rechtbank dat er geen sprake is van een dusdanig ernstige tekortkoming aan de zijde van de franchisenemer die ontbinding van de franchiseovereenkomst zou rechtvaardigen. Derhalve overweegt de rechtbank dat de franchiseovereenkomst niet rechtsgeldig is ontbonden door de franchisegever. Ten aanzien van de opzegging overweegt de rechtbank dat er wel rechtsgeldig is opgezegd door de franchisegever en dat de contractuele opzegtermijn doorloopt. Eén en ander brengt met zich mee dat franchisegever de franchisenemer tot 1 juni 2019 in staat moet stellen om de overeengekomen werkzaamheden te verrichten gedurende de periode dat de opzegtermijn nog voortduurt. Dit betekent dus dat de franchisegever (nog) niet de toegang tot het digitale werksysteem had mogen ontzeggen. Kortom, de franchisegever krijgt de deksel op de neus, omdat hij in feite te vroeg heeft gehandeld als ware de samenwerking reeds beëindigd. 

Er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden, maar let wel altijd goed op of u op de juiste route zit. Mocht u hierover advies wensen, neem dan gerust contact met ons op. 

Klik hier voor het gepubliceerde artikel. 

Mr. J.A.J. Devilee – franchiseadvocaat
Ludwig & Van Dam Advocaten, franchise juridisch advies
Wilt u reageren? Ga naar devilee@ludwigvandam.nl

Andere berichten

De (on)geldigheid van een postcontractueel concurrentiebeding in een franchiseovereenkomst: analogie met arbeidsrecht?

De rechtbank Gelderland heeft op 5 september 2017, ECLI:NL:RBGEL:2017:4565 een vonnis gewezen over onder meer de vraag of Bruna als franchisegever een beroep kon doen op het verbod voor een

Column Franchise+ – mr. J Sterk: “Rechtbank veroordeelt fastfoodketen tot verlenging franchiseovereenkomst

De zaak speelt begin dit jaar. De franchisenemer weigert al jaren de bij verlenging aangeboden nieuwe franchiseovereenkomst te ondertekenen aangezien deze een verslechtering van zijn rechtspositie met

Door Jeroen Sterk|01-09-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Uitspraken & actualiteiten|Label: , |

Geen geldig non-concurrentiebeding voor franchisenemer

Op 18 november 2016 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland, ECLI:NL:RBMNE:2016:7754, een vonnis gewezen in de kwestie waarbij aan de orde was of de franchisenemer gehouden

Franchise & Recht nr. 5 – Wet Acquisitiefraude en franchising

Per 1 juli 2016 is de Wet Acquisitiefraude ingevoerd. Hiermee zijn onder meer wijzigingen aangebracht in artikel 6:194 BW.

Door Ludwig en van Dam|10-08-2017|Categorieën: Franchise overeenkomsten, Geschillen beslechting, Prognose-problematiek, Uitspraken & actualiteiten|Label: , , |

Moet een franchisenemer een nieuw model-franchiseovereenkomst accepteren?

De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2457 in kort geding geoordeeld over de vraag of franchisegever Bram Ladage de franchiseovereenkomst met haar franchisenemer had

Verplichte (marktconforme) inkoopprijzen voor franchisenemers

In hoeverre kan een franchisegever afspraken wijzigen over de (marktconforme) inkoopprijzen van de goederen die de franchisenemers verplicht zijn in te kopen?

Ga naar de bovenkant