Bewezen succesformule – een vervolg
De laatste maanden komt het helaas weer steeds vaker voor dat franchisenemers in de problemen komen als gevolg van, kort gezegd, een franchiseformule die er op papier goed uitzag, doch in de praktijk niet bleek te werken. Veelal betreft het dan kleine franchise-organisaties in de opstartfase, meestal al het eerste jaar van hun bestaan. De oorzaak van de problemen is dan veelal te vinden in het gegeven dat de betrokken franchisegever hetzij zelf net in de branche is begonnen, hetzij daar al wat langer in werkzaam is, doch geen ervaring heeft met franchising. Door eigen ondernemerschap, en wellicht een dosis geluk, lukt het de betrokken franchisegever dan wel om zijn eigen bedrijf op poten te zetten en te houden, de franchisenemers echter worden nogal eens geconfronteerd met een concept dat gekoppeld aan hun persoon totaal niet werkt. Een en ander vertaalt zich dan in het behalen van nagenoeg geen omzet en forse verliezen.
De Europese Erecode inzake Franchising, een gedragscode waaraan alle bij de Nederlandse Franchisevereniging aangesloten franchisegevers zich dienen te houden, doch waarvan het zeer sterk aanbeveling verdient ook ten behoeve van niet leden de aanwijzingen daarin op te volgen, bepaalt dat, voordat een concept of formule door middel van franchise-overeenkomsten aan franchisenemers wordt aangeboden, er sprake dient te zijn van een bewezen succesformule, een track-record derhalve. Dat track-record kan worden bereikt bijvoorbeeld door het gedurende langere tijd exploiteren van een pilot store, een proefproject als het ware, aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of, los van de persoon van de franchisegever, het concept daadwerkelijk kan functioneren. Alsdan kan er sprake zijn van een bewezen succesformule en alleen dan kunnen tegenvallers al hierboven bedoeld, met vaak zeer verstrekkende negatieve gevolgen voor de franchisenemers, doch ook voor de franchisegever, worden voorkomen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.
Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is
De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever
Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”
“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”
Zorgplicht bank bij franchiseovereenkomsten
Het gerechtshof Den Haag heeft op 23 mei 2017, EQLI:NL:GHDHA:2017:1368, zich moeten uitlaten over de vraag of de bank een aspirant-franchisenemer had moeten waarschuwen, in verband met het
Artikel in Entree: “Op staande voet”
“Kan ik een werknemer op staande voet ontslaan als hij iets onbenulligs steelt, bijvoorbeeld etenswaren die over de houdbaarheidsdatum heen zijn?”
Arbitragebeding in franchiseovereenkomst soms onhandig
De rechtbank Gelderland heeft op 20 juli 2016, ECLI:NL:RBGEL:2016:4868 een uitspraak gedaan over de geldigheid van een afspraak in een franchiseovereenkomst, waarbij geschillen beslecht zouden worden




