Bewezen succesformule – een vervolg
De laatste maanden komt het helaas weer steeds vaker voor dat franchisenemers in de problemen komen als gevolg van, kort gezegd, een franchiseformule die er op papier goed uitzag, doch in de praktijk niet bleek te werken. Veelal betreft het dan kleine franchise-organisaties in de opstartfase, meestal al het eerste jaar van hun bestaan. De oorzaak van de problemen is dan veelal te vinden in het gegeven dat de betrokken franchisegever hetzij zelf net in de branche is begonnen, hetzij daar al wat langer in werkzaam is, doch geen ervaring heeft met franchising. Door eigen ondernemerschap, en wellicht een dosis geluk, lukt het de betrokken franchisegever dan wel om zijn eigen bedrijf op poten te zetten en te houden, de franchisenemers echter worden nogal eens geconfronteerd met een concept dat gekoppeld aan hun persoon totaal niet werkt. Een en ander vertaalt zich dan in het behalen van nagenoeg geen omzet en forse verliezen.
De Europese Erecode inzake Franchising, een gedragscode waaraan alle bij de Nederlandse Franchisevereniging aangesloten franchisegevers zich dienen te houden, doch waarvan het zeer sterk aanbeveling verdient ook ten behoeve van niet leden de aanwijzingen daarin op te volgen, bepaalt dat, voordat een concept of formule door middel van franchise-overeenkomsten aan franchisenemers wordt aangeboden, er sprake dient te zijn van een bewezen succesformule, een track-record derhalve. Dat track-record kan worden bereikt bijvoorbeeld door het gedurende langere tijd exploiteren van een pilot store, een proefproject als het ware, aan de hand waarvan kan worden vastgesteld of, los van de persoon van de franchisegever, het concept daadwerkelijk kan functioneren. Alsdan kan er sprake zijn van een bewezen succesformule en alleen dan kunnen tegenvallers al hierboven bedoeld, met vaak zeer verstrekkende negatieve gevolgen voor de franchisenemers, doch ook voor de franchisegever, worden voorkomen.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Schending zorgplicht tast exoneratie aan
In een geschil over een beroep op exoneratiebeding in de franchiseovereenkomst door de franchisegever, is overwogen dat rekening gehouden dient te worden met de aard van de franchiseovereenkomst
Supermarktbrief – 5
Verwerving supermarktlocatie door opzegging huurovereenkomst ten koste van zittende huurder mag van Hoge Raad.
Verwerving supermarktlocatie door opzegging huurovereenkomst ten koste van zittende huurder mag van Hoge Raad
Op 25 april 2014 heeft de Hoge Raad ten tweede male bevestigd dat de wachttijd van drie jaar bij opzegging van de huurovereenkomst winkelruimte wegens dringend eigen gebruik na koop van het onroerend
Eenzijdige collectieve fee-verhoging door franchisegever ongeoorloofd
In een belangwekkende uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam van 23 april 2014, lag de vraag voor of een franchisegever een verhoging van een bijdrage mocht doorvoeren.
Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN) voert nader overleg met de Minister
Op 16 april 2014 heeft het al aangekondigde gesprek tussen de Belangen Vereniging Franchisenemers Nederland (BVFN), en het Ministerie van Economische Zaken plaatsgevonden.
Exoneratie zorgplicht bij prognose franchisegever
In een uitspraak van de rechtbank Overijssel van 9 april 2014, kwam de interessante vraag aan de orde of een samenwerking als franchise gekwalificeerd diende te worden.
