Conceptwetsvoorstel inzake franchising
Om de verhoudingen tussen de franchisegevers en franchisenemers te verbeteren wordt een wet opgesteld voor de franchisebranche. Inmiddels is, vers van de pers, het voorstel bekend gesteld. Hiermee geven staatssecretaris Mona Keijzer van Economische Zaken en Klimaat en minister Sander Dekker voor Rechtsbescherming invulling aan de afspraken uit het regeerakkoord en de wens van het kabinet om te komen tot wetgeving, die de franchisenemer in de toekomst beter moet beschermen. Zo beperkt het wetsvoorstel bijvoorbeeld de mogelijkheid van de franchisegever om contracten eenzijdig te wijzigen.
Het conceptwetsvoorstel dat het ministerie van Economische Zaken en Klimaat met het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft opgesteld, gaat per 12 december 2018 voor een periode van zeven weken in internetconsultatie. Zie: https://www.internetconsultatie.nl/wet_franchise
Indien u hierover vragen heeft, of over van gedachten wilt wisselen, dan vernemen wij dat graag.
Via onze website, maar ook door middel van onze nieuwsbrieven, houden wij u graag op de hoogte van de ontwikkelingen.
mr. A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Gan naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Houd hoofd koel bij franchiseovereenkomst
Houd hoofd koel bij franchiseovereenkomst
Afnameplicht en marktconforme prijzen
De rechtbank Noord-Nederland heeft op 9 september 2015 een vonnis geveld over de vraag of een franchisegever marktconforme prijzen hanteerde bij een exclusieve afnameplicht.
Franchisegever moet juistheid prognose aantonen
Franchisegever moet juistheid prognose aantonen
Spelregels bij internetverkopen
Op 21 juli 2015 heeft het gerechtshof ’s-Hertogenbosch een uitspraak gedaan in een zaak waarin sprake was van een franchiseovereenkomst voor een onderneming in kappersbenodigdheden.
Redelijke termijn bij opzeggen duurovereenkomst
Redelijke termijn bij opzeggen duurovereenkomst
Het belang van belang bij non-concurrentiebeding
Het belang van “belang” bij non-concurrentiebeding