Concurrentie? Mag dat?
In de relatie tussen franchisenemer en franchisegever en dus ook in de franchiseovereenkomst speelt de goede trouw een grote rol. Franchising beoogt namelijk samenwerking tussen franchisenemer en franchisegever op zo een manier dat beide profijt hebben van de samenwerking onder de franchiseformule. Er kunnen zich er vele situaties voordoen, waardoor het voormelde doel van de samenwerking wordt ondermijnd.
Een in mijn ogen sprekend voorbeeld daarvan is als de franchisegever de franchisenemer direct gaat beconcurreren. De lezer zal direct aanvoelen dat dit “feitelijk” niet de bedoeling is. Maar de vraag is of dat zonder meer “juridisch” niet is toegestaan.
In een franchiseovereenkomst worden zoals bekend afspraken gemaakt over exclusieve rayons waarbinnen de franchisenemer exclusief mag opereren. Stel nu dat de franchisegever vlak naast de franchisenemer maar buiten het rayon van de franchisenemer een grote eigen vestiging opent en dat over die situatie niets in de franchiseovereenkomst is geregeld. De franchisenemer kan hiervan flink last hebben, ondanks dat de vestiging buiten het exclusieve rayon ligt. Mag dat?
Hoewel zich in de praktijk dergelijke situaties voor doen is mij geen casus bekend waarover de rechter zich in dit specifiek genoemde voorbeeld heeft uitgelaten.
Er is een recente uitspraak van een (kortgeding)rechter waarin hij oordeelde dat het de franchisegever niet was toegestaan om in het exclusieve rayon van de franchisenemer actief te worden. Hiertegen verzette zich – aldus de rechter – de goede trouw die als gezegd een grote rol speelt in de relatie tussen de franchisegever en de franchisenemer.
Ook de wetgever lijkt directe concurrentie door de franchisegever problematisch te vinden, althans hiervoor in verband met het opzetten door franchisegever van een afgeleide formule waarborgen op te nemen in de wet. * Maar of dit ook geldt voor het voorbeeld genoemd in dit artikel, is de vraag.
Of zijn de concurrerende activiteiten van de franchisegever wellicht in strijd met artikel 7:912 BW dat (ook) de franchisegever verplicht zich als een goed franchisegever te gedragen?
Wie het (zeker) weet, mag het zeggen.
Maar zoals vaker in het recht zal de beantwoording van deze casus mijns inziens afhankelijk zijn van de omstandigheden van het geval zoals:
wat was de franchisegever bij het aangaan van de franchiseovereenkomst van plan?
zijn er toezeggingen gedaan over concurrentiedruk door de franchisegever ?
hoe groot is de omzetdaling van de franchisenemer vanwege de concurrentiedruk van de franchisegever?
Hoe dan ook, het is van groot belang om hierover tussen de franchisenemer en de franchisegever op voorhand duidelijke afspraken te maken, zodat discussie achteraf zo veel als mogelijk wordt voorkomen.
Ludwig & Van Dam advocaten, franchise juridisch advies.
Wilt u reageren? Mail dan naar opdehoek@ludwigvandam.nl

Andere berichten
Artikel De Nationale Franchisegids: “Biedt de Wet franchise houvast bij geschillen ontstaan vóór 1 januari 2021?” – mr. M. Munnik – d.d. 16 augustus 2021
Per 1 januari 2021 is de Wet franchise in werking ...
Succes Albert Heijn-franchisenemer tegen overname Deen – mr. A.W. Dolphijn – d.d. 29 juli 2021
Een Albert Heijn-franchisenemer heeft zich met succes verweerd tegen de ...
Artikel Franchise+: “Alleen bij bewijs van overgedragen knowhow kan een beroep gedaan worden op een concurrentieverbod” – mr. T. Meijer – d.d. 26 juli 2021
Door de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland, locatie Utrecht, is ...
Rechter: “franchisenemer aan zet in standstill-periode” – mr. R.C.W.L. Albers – d.d. 1 juli 2021
In een recente procedure bij de voorzieningenrechter in Utrecht is ...
Artikel Franchise+: “5 tips voor startende franchisenemers” – mr. R.C.W.L. Albers – d.d. 30 juni 2021
Kiezen voor franchise kan voor u als (startende) ondernemer aantrekkelijk ...
Supermarktnieuwsbrief – nr. 31 –
Hoge Raad stelt Albert Heijn-franchisenemers alsnog in het gelijk Op ...



