De (hard) franchiseovereenkomst en zorgplicht gekwalificeerd – WPNR 7226 (2019)

Door Gepubliceerd Op: 26-02-2019Categorieën: Franchise overeenkomsten, Uitspraken & actualiteitenLabel:

In het toonaangevende juridisch wetenschappelijk tijdschrift WPNR schreef mr. Dolphijn een bijdrage waarin wordt geopperd de definiëring van de franchiseovereenkomst te beperken tot die van de hard franchiseovereenkomst en wordt onderzocht of er een rechtstreekse wettelijke basis voor de zorgplicht van de franchisegever gevonden kan worden.

Het Kabinet is namelijk voornemens een wettelijke regeling over franchising in het Burgerlijk Wetboek op te nemen ter bescherming van de zwakke positie van de franchisenemer. Het verankeren van een wettelijke regeling over franchising is een lastige opgave omdat franchiseovereenkomsten in allerlei vormen en in grote verscheidenheid voorkomen, waardoor een definiëring van franchiseovereenkomsten al snel te algemeen zal zijn. Onder meer wordt bezien welke elementen franchiseovereenkomsten kenmerken en komt aan de orde de kwalificatie als gebruiksrecht, meer specifiek elementen van dienstbetoon en het gemengde karakter van die elementen.

Het artikel is genaamd “De (hard) franchiseovereenkomst en zorgplicht gekwalificeerd” gepubliceerd in WPNR 7226 (2019) d.d. 16 februari 2019 op p. 100 t/m 108 en via de volgende link te bestellen bij de uitgever: https://bit.ly/2GLhs9b

Mr.  A.W. Dolphijn – franchiseadvocaat

Ludwig & Van Dam Franchise advocaten, franchise juridisch advies. Wilt u reageren? Ga naar dolphijn@ludwigvandam.nl

Andere berichten

Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?

In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.

Bewijslastomkering bij prognose als misleidende reclame?

De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft in een kort gedingvonnis van 15 juni 2017, ECLI:NL:RBZWB:2017:3833, geoordeeld over een vordering tot (onder meer) schorsing van het non-concurrentiebeding.

Boete voor franchisegever omdat aspirant-franchisenemer vreemdeling is

De Raad van State heeft op 5 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1815, beslist over de vraag of bij de (voorgenomen) samenwerking tussen een franchisegever en een aspirant-franchisenemer, de franchisegever

Artikel in Entree: “Bedrijfsnaam”

“Ik heb een prachtige naam bedacht voor mijn horecaonderneming en heb hier de nodige kosten voor gemaakt. Nu is er een andere ondernemer die vrijwel dezelfde gaat gebruiken. Mag dat wel?”

Ga naar de bovenkant