De hardheid van een concurrentiebeding in faillissement
De meeste franchise-overeenkomsten bevatten post-contractuele concurrentiebedingen, inhoudende dat de voormalig franchisenemer niet actief mag zijn in de branche waarin hij werkzaam is, al dan niet beperkt tot de voormalige locatie, het exclusieve gebied, of nog ruimere aanduiding. Werkt dit beding nu ook indien de franchisegever failliet gaat?
Bij een faillissement van de franchisegever treedt de curator in de rechten van de voormalig franchisegever. De curator behartigt de belangen van iedereen die betrokken is bij het faillissement, waaronder de schuldeisers. In zijn hoedanigheid is de curator gerechtigd nakoming te vorderen van het post-contractuele beding van non-concurrentie. Anders dan vaak gedacht wordt, wordt de franchisenemer dus niet ontslagen uit zijn non-concurrentiebedingverplichtingen op grond van het feit dat de franchisegever failliet is gegaan.
Een faillissement ontstaat echter niet zomaar. Niet zelden zijn de gedragingen van de franchisegever relevant voor de oorzaak van het faillissement. Is dat het geval, dan lijden de franchisenemers schade die in beginsel toe te rekenen valt aan de franchisegever. Deze lijn kan dan worden doorgetrokken naar de curator. De franchisenemers kunnen de curator dus aanspreken met betrekking tot de geleden schade. Voor het succesvol aanspreken van de curator is dan wel een belangrijke voorwaarde dat de boedel het nodige verhaal biedt. Dat is lang niet altijd het geval. Het is echter voor franchisenemers wel degelijk mogelijk het nodige tegenover het inroepen van het non-concurrentiebeding door de curator te stellen. In de praktijk leidt dit meestal tot overleg tussen de curator en de franchisenemers waarbij een voor alle partijen bevredigende regeling wordt getroffen. Alhoewel, een bevredigende regeling wordt bij een faillissement nooit echt gerealiseerd. Voor alle partijen is schade ontstaan, en meestal zit er weinig anders op dan de negatieve gevolgen zo veel mogelijk te beperken. Alerte franchisenemers doen er dan ook verstandig aan bij een naderend faillissement de juiste stappen te zetten, zoals eerder in deze rubriek is geschetst.
Ludwig & Van Dam franchise advocaten, franchise juridisch advies

Andere berichten
Franchise & Recht nr. 5 – Wet Acquisitiefraude en franchising
Per 1 juli 2016 is de Wet Acquisitiefraude ingevoerd. Hiermee zijn onder meer wijzigingen aangebracht in artikel 6:194 BW.
Moet een franchisenemer een nieuw model-franchiseovereenkomst accepteren?
De rechtbank Rotterdam heeft op 31 maart 2017, ECLI:NL:RBROT:2017:2457 in kort geding geoordeeld over de vraag of franchisegever Bram Ladage de franchiseovereenkomst met haar franchisenemer had
Verplichte (marktconforme) inkoopprijzen voor franchisenemers
In hoeverre kan een franchisegever afspraken wijzigen over de (marktconforme) inkoopprijzen van de goederen die de franchisenemers verplicht zijn in te kopen?
Bestuurdersaansprakelijkheid van een franchisenemer na falend beroep op ondeugdelijke prognose.
Het gerechtshof 's-Hertogenbosch heeft op 11 juli 2017 een beslissing genomen over de vraag of de franchisegever met succes de bestuurder van een b.v. kon aanspreken voor het niet-nakomen van de
Aansprakelijkheid accountant voor opgestelde prognose?
In een arrest van het gerechtshof 's-Hertogenbosch van 11 juli 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:3153, was aan de orde dat franchisenemers de accountant van de franchisegever verweten aansprakelijk te zijn
Hoe ver strekt de zorgplicht van de bank?
In de rechtspraak is enige tijd geleden de vraag aan de orde geweest wat de positie van de bank is in de driehoeksverhouding franchisegever – bank – franchisenemer.





